In de Dorpskrant 204 vertelden wij over Abdij Koningsoord en de zusters van de cisterciënzerorde, een Benedictijnse orde.

De Dorpskrant ging terug naar de abdij en kreeg een gastvrij onthaal van Zuster Lieve, die alles vertelde van ‘het markante pand’ dat Abdij Koningsoord is. Deze katholieke abdij kwam boven de grote rivieren terecht omdat de grond en de gebouwen van Abdij Koningsoord in Berkel-Enschot midden in de uitbreidingswijken van Tilburg terecht kwamen. Dat betekende het einde van de rust en bovendien dreigde onteigening.

De zusters zagen zich genoodzaakt te verhuizen. Na enige omhalen kwamen zij terecht in het bos nabij klooster Mill Hill, aan de grens van Schaarsbergen met Oosterbeek.

In 2007 startte daar de bouw van het nieuwe klooster. Op 8 mei 2009 verhuisden de zusters definitief van Berkel-Enschot naar Arnhem. Zuster Lieve was, als voorzitter van de bouwcommissie, van meet af aan bij de nieuwbouw van de abdij betrokken.
“Ons eerste ontwerp was stervormig. Het lukte niet de gemeente Arnhem hiervan te overtuigen, ook niet na vijf voorstellen voor aanpassing. Toen hebben we de hulp ingeroepen van een projectmanager, die veel met de gemeente samenwerkte. Op zijn advies zijn we begonnen bij het landschappelijk ontwerp, met landschapsarchitect Jeroen Bosch. Hij adviseerde architect Gert Grosfeld voor het ontwerp van de abdij.” Deze architect kreeg een stevig programma van eisen mee. De orde heeft de traditie de kerk op het oosten te richten, daar komt de zon op uit de donkere nacht, als symbool voor de verrijzenis, de verwachting van Christus.

Er moest een binnenslot komen: een gedeelte van de abdij dat alleen toegankelijk is voor de zusters en een buitenslot voor de gasten, met de kerk op de grens van beiden. Daarnaast moest de abdij vier grote ruimten voor de gemeenschap bevatten: de kerk, de kapittelzaal (voor het bespreken van geestelijke en praktische zaken), het scriptorium (de leeszaal) en de refter (de eetzaal) en tal van kleinere ruimten, zoals kantoren en een keuken en wasserij. Een grote uitdaging was de abdij vorm te geven binnen de grenzen van het bestemmingsplan. Dit betekende dat de begrenzing moest worden gevolgd van boerderij Johannahoeve, een langgerekt complex van koestallen met een voorhuis, dat werd gesloopt om de nieuwe abdij te kunnen bouwen.

“We hebben ook onderzocht of we het oude klooster van Mill Hill konden gebruiken, maar het lukte niet dat functioneel te maken. Het gebouw van de abdij is als het ware onze tweede huid. Het moet ons helpen onze innerlijke weg naar bezieling te vinden. Bewegingen, het lopen van de kerk naar de refter bijvoorbeeld, zijn daarin belangrijk. Dat zijn de momenten van bezinning, de momenten waarop je niet actief nadenkt, maar laat bezinken wat je in de kerk ontvangen hebt.” Het architectenduo nam een aantal dagen deel aan het leven van de zusters in de abdij om hun leven te doorgronden. “Ze hadden maar  twee weken voor het schetsontwerp. En we verwachtten een rechthoek, dat was tenslotte de vorm van de oude gebouwen van de boerderij. Maar toen ze ons het ontwerp presenteerden schoten mij de tranen in de ogen,” vertelt Zuster Lieve. “De eenvoud ervan, de strakke lijnen en de boogjes van de ramen. Het is een sober gebouw en dat is wat bij onze orde past. Ik vond ook heel mooi dat het de vorm heeft van een boerenhoeve. En het past prachtig in de natuur.”

De gemeente Arnhem keurde het ontwerp meteen goed en de bouw kon van start. Wel voegde de gemeente gaandeweg het proces nog een extra uitdaging toe: de buitenmuur van de Johannahoeve en het voorhuis moesten behouden blijven, evenals de graansilo en de waterpomp. Met name de eis voor het behoud van de muur was een kleine ramp, want de constructeur had zijn ontwerp al gereed. Uiteindelijk mochten de muur en het voorhuis toch worden gesloopt, mits ze in dezelfde stijl werden herbouwd. De architect combineert dit oude met het nieuwe, door de gevel van de nieuwe abdij een halve meter in te laten springen ten opzichte van de gevel van de oude koeienstallen. Het verschil wordt met een glazen dak overbrugd. Opvallende keuze is ook dat de kerk in het gebouw geïntegreerd is en niet ‘uitsteekt’. “De bedoeling van onze orde is dat het leven en het gebed één is. Dus deze keuze, en de ingetogen vormgeving van de kerk, zijn daarin heel logisch.”
Een kenmerkend element van het ontwerp is de binnentuin, vertelt Zuster Lieve. “Wij zeggen altijd dat de abdij uit vier panden bestaat, noord, zuid, oost en west. We bewegen ons de hele dag rond de binnentuin. Deze is groen, maar ook sober en leeg. Deze leegte is essentieel voor onze orde. Leegte geeft ruimte om te ontvangen, om het licht en het leven binnen te laten. Dat is waar de binnentuin ons aan herinnert. Want wij zijn ook gewoon mensen, die geneigd zijn de leegte in te vullen met bijvoorbeeld praten of eten. Zelfs bidden of lezen kan een vlucht zijn.” Deze binnentuin staat dwars op de kerk. Het dak heeft daardoor een draaiing en dat geeft het idee van een hoeve. “Ik dacht eerst: oh nee, dan krijgen we allemaal schuine muren en wanden. Maar deze zijn heel vernuftig weggewerkt in ruimten als provisie- en werkkasten.”
De architect heeft de ruimten met de spirituele functies, zoals de kerk, de zangkamer en de kamer van de abdis, gecombineerd aan dezelfde kant van het gebouw. De ruimten met de bedrijvigheid en de machines, zoals de refter, de bijkeuken en de wasserij, zijn aan de andere kant gepositioneerd. “Je hebt nu een prachtig uitzicht als je in de soep staat te roeren. In de oude abdij was er slechts een klein klapraampje. Heel fijn aan het gebouw is ook dat het zo licht is, met de mooie grote boogramen overal. Het richt zich naar buiten, naar de natuur. In de oude abdij
hadden we glas-in-lood ramen, waar we niet doorheen konden kijken.” Ook de ligging van het buitenslot nabij de keuken is een hele verbetering. “Eerder moesten we met het eten voor de gasten door de hele abdij lopen, omdat de keuken en de gastenverblijven zo ver uit elkaar lagen. Nu hoeven we alleen een klapdeurtje door.” Prachtig is de muur van wild metselwerk, die de grens aangeeft tussen het binnen- en het buitenslot.
“Het gebouw is heel geaard, ook de kleuren,” vindt Zuster Lieve. “Het geeft beschutting. Een klassieke abdij verheft zich met een aantal verdiepingen boven de mensen. Dit gebouw zegt: kom maar, wees welkom. Het buigt naar je toe. Dat vind ik heel mooi.” In de abdijwinkel is een boekje te koop over het ontwerp en de bouw van Abdij Koningsoord. Voor meer informatie over de orde en de abdij, maar ook voor de openingstijden van de abdijwinkel en de contactgegevens van het gastenverblijf en de boekbinderij: