huis Gerard Dieckman

 

 

Dit is het verhaal van Gerard Dieckmann ,geboren 9 juli 1930 op de Amsterdamseweg bij ingang Warnsborn en heeft daar tot december 2008 gewoond.

 

 

 

Zondag 17 september 1944 waren mijn ouders, mijn broer ,de inwonende pater Rombouts en ik thuis, toen we om 12.00 uur laag vliegende vliegtuigen in grote formaties over zagen komen. Vliegveld Deelen werd gebombardeerd en ook in Arnhem en Wolfheze vielen bommen. In de lucht bleef het druk met vliegtuigen. De Engelse vliegtuigen doken steeds naar beneden om te zien of er vijandelijke doelen waren en of er ergens afweergeschut stond opgesteld. Later in de middag kwamen er veel vliegtuigen uit westelijke richting die langzaam naar beneden doken en weer omhoog kwamen, toen drong het tot ons door dat de bevrijders geland waren. Op maandag 18 september kwam er een Duitse tank vanuit richting Arnhem en die stelde zich op tegenover ons huis. Pater Rombouts vond het veiliger om in het broedershuis te gaan wonen ( boerderij naast het koetshuis) en ik ben met hem meegegaan en ben bij de broeders op de deel gaan slapen. De schuilkelders waren met water en eten gevuld zodat als het nodig was wij daar konden verblijven. Er werd die nacht niet veel geslapen iedereen dacht dat we over een aantal uren bevrijd zouden zijn. Rond 8.00 uur zagen we Duitse soldaten over de weg sluipen richting de Leeren Doedel. De tank stond ook nog steeds tegenover ons huis. Later in de ochtend verschenen er weer vliegtuigen boven ons maar helaas waren het Duitse vliegtuigen. Aan het eind van de middag daalden er weer parachutisten in de buurt van de Johanna hoeve. Op dinsdag 19 september begon de ochtend met een beschieting door de Duitsers vanaf de Hoogkamp op Oosterbeek. Je kon duidelijk horen dat er granaten werden afgeschoten met kort daarna een explosie. Na twee uur flinke explosies werd het daarna weer rustiger. In de middag kwamen er vliegtuigen vanuit het zuiden heel laag aanvliegen wat een ontzettend lawaai was. Iedereen vluchtte naar de schuilkelder of zocht ergens dekking. De luiken van de vliegtuigen gingen open en er kwamen kleurrijke parachutes uit met daaronder hangend manden en containers met voorraad en gereedschap. Na 10 minuten was alles gebeurt en was het weer rustig. Van alle kanten kwamen Duitsers aangerend om de manden te pakken, maar ook de paters en nonnen renden de wei in om voedsel te pakken en ook de parachutes werden meegenomen om kleding van te maken. Toen het die avond donker was zag je nog her en der lampjes branden die aan de containers waren vast gemaakt. Ook de dag erna werd er weer voedsel gedropt maar ook deze lading kwam weer in het weiland terecht en te veraf van de Engels soldaten die op de Johanna hoeve zaten en werd het grotendeels door de Duitser meegenomen. De dag erna kwamen de eerste parachutisten langs die krijgsgevangen waren gemaakt bij ons langs, zodat wij merkten dat het verkeerd afliep. Het bleef de hele week angstig hoewel het schieten afnam. Op 26 was het niet meer veilig genoeg om daar te blijven. De broeders en paters gingen naar het Carmelitessen klooster en ik ging weer naar huis. Een paar dagen later ging ik wandelen met mijn moeder over de Lichtenbeek. De beukenlaan vlak bij de Leeren Doedel gingen we in, en na 50 meter lag op een heuveltje een mooie parachute die ik graag wilde hebben. Op het moment dat ik hem vast had zag ik de dode soldaat die er onder lag. We zijn toen snel doorgelopen maar 100 meter verderop zagen we drie dode soldaten met machine geweren zitten tegen een boom, van schrik zijn we toen maar weer snel naar huis gegaan. Deze beelden zie ik nog altijd voor mijn ogen. Begin oktober moesten we ons huis uit en zijn toen naar het grote huis op de Lichtenbeek gegaan (De helft was toen al afgebrand door een keukenbrand in 1942), waar nog een paar broeders woonde die voor het vee zorgde en mijn moeder ook voor hen moest koken. Wat wij niet wisten was dat er in het koetshuis ondergrondse zaten maar het ging allemaal goed tot 8 november. Die morgen tegen 4.00 uur werden wij met veel ophef en geschreeuw wakker gemaakt. Heraus werd er geroepen en ze kwamen ons halen alsof we misdadigers waren. Onder zware bewapening moesten we lopen naar De Lange Hut op de koningsweg. Na een paar uur werden we toen naar Ede gebracht waar we een dag hebben vastgezeten. Omdat wij onschuldig waren mochten we weer terug naar huis maar daar aangekomen was er niet veel meer te vinden. Er stond nog een handkar met 2 wielen zodat we met dit kleine bezit zijn vertrokken. Achteraf was het maar goed ook , want een maand later viel er een V1 op de lichtenbeek en was er niets meer van het huis over. Wij zijn toen geƫvacueerd geweest bij mijn oma in Ede waar er al twaalf mensen waren, dus met 16 hebben we het daar een paar maanden vol gehouden. Het was die winter erg koud onder de dakpannen en opeen bos stro, maar s'nachts kwamen de V1's over en als het geluid dan weg viel, wist je dat er ergens een kon vallen en werd je warm van angst. Tot mei 1945 hebben we hier gezeten, toen konden we weer naar huis. Het huis was onbewoonbaar. Er lag een boom op het huis, de vloer was eruit en er was een granaat inslag bij de voordeur. Wij konden toen tijdens de reparaties zolang wonen in het huis De Zevenster midden in het bos. Het was daar erg stil en we waren dan ook blij dat we na 8 weken weer terug konden in ons eigen huis. We hebben toen veel goederen gekregen van andere mensen want zelf hadden we niets meer.