Grkweek
“De Groote Kweek”
Wie bij boerderij “Het Lage Erf” in noordelijke richting de grote laan in gaat, zal het niet meteen opvallen dat deze laan alsmaar naar links loopt. Toch is dat zo; de reden daarvan is dat deze laan de begrenzing is van het oude landgoed “Warnsborn”. Als je de weg blijft volgen loop je uiteindelijk in zuidelijke richting terug. Terug naar het begin;  op een paar opeenvolgende paddestoelen prijkt onder andere de naam “Grote Kweek”. De derde paddestoel is een heel oud exemplaar, namelijk een met een betonnen kap. Waar bij moderne paddestoelen een metalen richtingdeksel zit, zijn in het oude exemplaar vaag de ingedrukte letters ANWB te zien. De richtingaanduidingen zitten aan de zijkanten. “Grote Kweek” is hier rechtsaf. Rechts ligt de rododendrontuin van het “Jachthuis”, links de prachtige heide met het “ijsdal”. Even verder doemen de contouren op van een kolossale boerderij.
Op de gevel prijkt de naam “De Groote Kweek”.
 Gr kweek
Kadaster De eerste kadastrale gegevens staan op een landmeterschets, officieel hulpkaart genoemd, van 18 maart 1875. Aangezien een hulpkaart pas werd gemaakt als een gebouw klaar was, houdt dit in dat de boerderij in 1873 werd gebouwd. Op de schets valt onmiddellijk de typische uitbouw op, waarover later meer. Tevens valt een langwerpig gebouw op, dat bij nader onderzoek een schaapskooi blijkt te zijn. Deze schaapskooi wordt reeds vermeld op een schets van 28 maart 1871, en stond op de plaats waar nu een paardenstal is. De boerderij werd al snel uitgebreid met een grote en een kleine schuur  (schets van 31 juli 1876).
Relatie met Warnsborn “De Groote Kweek” behoorde tot het landgoed “Warnsborn”, in het bezit van Christiaan Hendrik de Bruijn, die het landgoed in 1841 had gekocht. In een later stadium zal hier nader op worden ingegaan. Christiaan Hendrik stief op zijn landgoed op 9 april 1881. Eerst jaren later gingen zijn bezittingen over in vreemde handen. Wat “De Groote Kweek” betreft gebeurde dat, kadastraal gezien, in 1896.
Latere bezitters De nieuwe eigenaar werd Joseph Steegh, houthandelaar te Blerick. Een jaar later verkocht hij de boerderij al aan P. H. Proost te Doetinchem, die er vijftien jaar over deed om hem door te verkopen aan H.W. Fockema te Arnhem. Laatstgenoemde liet al snel de schaapskooi slopen. Van 1916 tot 1930 behoorde “De Groote Kweek” toe aan M.P. Voûte, koopman te Amsterdam. Vervolgens kwam het geheel terecht bij “Het Geldersch Landschap”.