Afdrukken

Het Flaes en Brunjesorgel in Schaarsbergen.

 

(Door: Wijnand Klaver)
Sinds 1993 staat er in de Dorpskerk van Schaarsbergen een orgel van Flaes uit 1867. Het is oorspronkelijk gebouwd voor de Herv. Kerk in Diemerbrug.

Flaesorgel

Voor ik over dit instrument meer vertel, is het interessant om te weten wie Pieter Flaes was.

Hij werd op 21 mei 1812 in Rotterdam geboren. Hij ging in de leer bij de orgelbouwer Batz in Utrecht. Deze firma bouwde onder andere het Domorgel in Utrecht. Tijdens zijn opleiding leerde Flaes Georg Brunjes kennen, een Duitser uit Hannover. Toen Flaes in 1842 naar Amsterdam vertrok, besloten zij samen een orgelbouwfirma op te zetten.

Flaes was lid van de Remonstrantse Gemeente. Dat is ook de reden dat hij veel orgels voor die kerken en Doopsgezinde kerken maakte. Het eerste orgel bouwden zij voor Wormerveer in 1855.

Veel van hun werken zijn herkenbaar aan de stijl van bouwen, ze lijken veel op elkaar Drie ronde torens in het front met ongedeelde middenvelden. De vroegere orgels hadden wel een gedeeld middenveld. Met op de middentorens een muziekinstrument als versiering. Op de zijtorens stond een soort beker.

De orgels, die Flaes maakte zijn bescheiden van afmeting. Vaak wel twee klavieren, maar die klavieren zijn niet altijd als apart deel te zien, waardoor men ook wel spreekt van een eenklaviersorgel, verdeeld in tweeën. Flaes dacht zijn orgels vanuit de begeleidingspraktijk voor het zingen. Ze hebben een degelijke bouw, weinig vulstemmen en een stevige klank.

In 1869 ging Brunjes voor zichzelf werken en richtte een pianozaak op. Die pianozaak werd later overgenomen door de firma Goldschneding.

Het orgel in Schaarsbergen behoort tot de kleinere orgels, die Flaes maakte en telt 8 stemmen.

Er zijn dus twee klavieren, maar het geheel staat op een windlade. Dus is het eigenlijk een eenklaviersorgel, verdeeld over twee klavieren.

Grotere instrumenten tellen tot 15 stemmen. Daar vind je dan ook een Mixtuur en een Trompet op. Het grootste orgel, dat Flaes bouwde, staat in de Oostzijderkerk in Zaandam. Ik heb het zelf, toen ik nog in de Zaanstreek woonde, meerdere malen bespeeld.  

Bij ons in Schaarsbergen zijn er een Cornet en een Quint als vulstem geplaatst. De prestanten en vulstemmen staan op het onderklavier en de fluiten met de Salicionaal, op het bovenklavier.

De Cornet is een kenmerk van het Hollandse orgeltype, waarbij het psalmzingen goed werd ondersteund. Het pedaal is aangehangen, soms met een Bourdon, zoals in Schaarsbergen.

Verreweg de meeste orgels heeft Flaes voor kerken in Noord en Zuid-Holland gemaakt.

Zijn oeuvre bestaat uit 50 instrumenten. Het laatste orgel werd door Flaes in 1888 voor Gouderak gebouwd. Een instrument staat in Willemstad op Curaçao.

Ons Flaes en Brunjesorgel is in 1867 gebouwd voor de kerk in Diemerbrug. Het zal ongeveer 3000 gulden hebben gekost

Illustratie uit: “de Mixtuur”.

Een factuur is er niet meer. In 1892 heeft de fa Steenkuijl aan het orgel gewerkt. In 1946 heeft HW Flentrop gewerkt aan de windvoorziening en een pneumatische Bourdon met een pedaalkoppel geplaatst. Vanaf 1974 is het orgel gedemonteerd en opgeslagen.

In 1989 liet de Hervormde gemeente Schaarsbergen een rapport opstellen door de Hervormde orgelcommissie over de mogelijkheden van de aanschaf van een historisch orgel. Toen bleek dat het Flaesorgel uit de kerk van Diemen beschikbaar was. Nadat de fa. Flentrop een restauratievoorstel had ingediend werd op 21 augustus 1990 de opdracht ondertekend

Uitgegaan werd van de toestand in 1867 met de mogelijkheid van een vrij pedaal. De ornamenten op het orgel waren verdwenen ,een van de redenen dat de subsidie door de overheid niet werd verleend. Het orgel staat dan helaas ook niet op de monumentenlijst.

Bij de restauratie werden de ornamenten, twee vazen en de harp, die op het orgel stonden, opnieuw gereconstrueerd. De klavieren werden van nieuw beenbeleg voorzien en de zijkanten in ivoor genaakt. Er kwam een nieuwe magazijnbalg. Het pijpwerk is vrijwel origineel. Het orgeldak werd weer voorzien van linnen, karakteristiek voor Flaes, Later kwam er een Subbas 16  voet, geheel van eiken op een aparte windlade. De pedaalkoppel is er niet gekomen.,wel een manuaalkoppel. De kas werd in een lichte tint geschilderd met enkele met bladgoud versierde ornamenten.

In het totaal heeft het orgel 516 pijpen, twee klavieren met elk 54 toetsen en pedaal met 27 toetsen .De windladen van beide klavieren zijn gecombineerd.



De dispositie is  Ondermanuaal:

         Prestant 8 voet, gedeeltelijk in het front.

          Oktaaf  4 voet,

          Quint 3  voet,

          Cornet 4 sterk ( c’: 4’,  3’, 2’, 1 3/5’ op verhoogde bank)

                          Bovenmanuaal:

          Holpijp 8 voet,

          Salicionaal 8 voet. ( C –Gis gecombineerd met Holpijp 8)

          Roerfluit 4 voet .( hoogste twaalf pijpen cilindrisch open )

                          Pedaal:              

           Subbas 16 voet. ( nieuw in eiken )

           Manuaalkoppel.

De winddruk is 85 mm, de toonhoogte is a = 438 Hz.

door: Wijnand Klaver, organist.

Gegevens ontleend uit een uitgave van “de Mixtuur” en de brochure ter gelegenheid van de ingebruikname van het Flaesorgel.

Met dank aan Jan Jongepier en Jaap Breur.