Slagerij Mooij

Nu woonhuis Kemperbergerweg 189

 

 



Het is 1955 als Piet Mooij naar zijn zoon Maarten belt en hem vertelt dat hij een slagerij heeft gekocht op Schaarsbergen. Er stond op dat moment alleen een slagerij waar nog een huis omheen gebouwd moest worden. Maarten trok enige tijd later met zijn vrouw Gonda en hun kinderen Robert, Pieter en hun pleegdochter Myrna in de nieuwe woning. Dit was het begin van de ambachtelijke dorpswinkel. Piet en zijn vrouw namen hun intrek in het houten huisje naast de slagerij. Samen runden zij de winkel en op donderdagmiddag en zaterdag kwam Eef van den Born het team versterken. De oude Mooij zorgde altijd voor scherpe messen.

In de tijd dat bijna niemand een telefoon had ging slager Mooij op zijn transportbrommer door weer en wind zijn klanten af om te vragen of zij nog vlees nodig hadden. Na deze ronde keerde Maarten weer terug naar de slagerij om hier de bestellingen klaar te maken om vervolgens 's middags weer hetzelfde rondje te maken met een mand vol vlees. Zo ook op een dag dat er een hevige sneeuwstorm woedde. Maarten raakte op weg naar de kop van Deelen van de weg met zijn transportbrommer en sneeuwde in. Gelukkig is hij op tijd gevonden anders had hij dit niet overleefd.

De oudste zoon Robert kreeg het vak ook met de paplepel ingegoten en trad in de voetsporen van zijn vader. Toen er steeds meer mensen gebruik gingen maken van een telefoon en Robert eenmaal zijn rijbewijs had gehaald en er dus een auto kwam werd het bestellen en bezorgen van vlees voor de slagerij ineens een stuk makkelijker. Na eerst samen in de slagerij te hebben gestaan is Robert later in loondienst gegaan bij een slager in Arnhem.

Ondertussen zijn in het gezin Mooij nog twee kinderen geboren. Omdat Gonda ook druk was in de winkel was er niet altijd tijd om voor deze twee kleintjes te zorgen. De lieve buurvrouw Sjoompie, Trina van Ginkel, van Casa Nova paste op de kinderen als de winkel open was.

Wat we ons nu niet meer kunnen voorstellen is dat het pondje gehakt wat je bestelde aan de toonbank nog ter plekke door de gehaktmolen werd gehaald. De rookworsten werden in de keuken rondom de kachel gehangen om te drogen. Kat Jumbo lag hier dan prinsheerlijk onder te slapen en boven diezelfde kachel hing ook de was te drogen.

De zomer was het altijd een drukte van jewelste. Veel vakantiegangers op verschillende campings uit de buurt gingen voor hun lapje vlees naar Slagerij Mooij. Hij voorzag ook diverse pensions van vlees. Deze lapjes mochten in die tijd niet meer dan 100 gram wegen. De plaatselijke jachtopzichters kwamen bij Mooij om pens te kopen om aan hun honden te voeren. Dit mocht niet in de winkel verkocht worden en lag dus in de schuur te stinken.

In 1977 werd Maarten ernstig ziek en moest hierdoor stoppen met zijn zaak. De winkel werd verkocht en voortgezet als woonhuis. De Schaarbergse bevolking moest vanaf toen naar de stad voor hun stukje vlees. Maarten en Gonda verhuisden naar Presikhaaf waar Maarten in 1980 overleed. Gonda is op 91 jarige leeftijd in 2013 overleden.