Pension Berkendal

Omstreeks 1915 kocht het toen in de Stroolaan wonende gezin van Jan en Grietje Derksen van Gerrit Rap en stuk grond aan de Kemperbergerweg. Zij hadden inmiddels vier dochters. De Schaarsbergse aannemer Brons bouwde op het aangekochte terrein het nog steeds nu op nummer 253 staande huis Berkendal.

Jan Derksen overleed in 1918 en het was voor Grietje heel erg moeilijk om in hun pand te kunnen blijven wonen. Maar zij kreeg onverwachte financiële hulp. De oudste dochter ging naar Oosterbeek en de tweede dochter werd als pleegkind ondergebracht bij hen bekende Gerrit en Elisabeth Rap die in het aangrenzende pand Erica woonden.

De jongste dochter Janna bleef als laatste thuis en zij trouwde met Jan de Kruijf, de oudste zoon van de plaatselijke bakker. Zij trokken na hun huwelijk bij de moeder van de bruid in.

Kort na de 2e wereldoorlog starten Jan en Janna de Kruijf in Berkendal een pension. Jan zat toen nog in de bakkerij [later ging hij net als veel andere Schaarsbergers bij Defensie werken] en met baby Lottie en later zoon Jan erbij konden ze wat extra geld goed gebruiken. Het pension houden hield in dat in de zomermaanden drie slaapkamers [met koud stromend water!!] door gasten uit het hele land werden gebruikt en dat ook de “voorkamer” voor de gasten werd gereserveerd. Janna moest zorgen voor schoonhouden en het verzorgen van ontbijt, lunch en warme maaltijd. Zij vond het leuk om de gasten te verwennen met verse groenten uit eigen tuin, zelfgemaakte Haagse Bluf en met de in kelder staande machine gemaakt ijs. Janna had wel regelmatig hulp van een dienstmeisje en toen Lottie groot genoeg was moest ze ook helpen met bijv. de afwas.

Voor de kinderen had het pension houden leuke en minder leuke kanten. Veel gasten brachten kinderen mee en het was leuk om dan met hen te spelen. Minder leuk was dat de eigen kinderen hun slaapkamer aan de gasten moesten afstaan en achter een gordijn op de overloop moesten slapen. Vooral toen zij groter werden ervaarden zij dit als minder prettig.

In tijden van grote vraag naar pensionruimte kwam het wel voor dat het hele gezin verkaste naar het achter de woning gelegen bakhuisje zodat het hele huis kon worden verhuurd.

Tot ongeveer 1957 werd pension gehouden. Daarna werd in drukke zomermaanden nog weleens in samenwerking met de plaatselijke horeca bed en breakfast verzorgd.