Boschlust BAl ruim 70 jaar woonde tot 2004 de heer Aalt van Harskamp in boerderij Boschlust gelegen op het landgoed Warnsborn nabij de Amsterdamseweg- Harderwijkerweg. Hoe het er in loop van die 70 jaren aan toeging daar kon hij boeiend over vertellen. Al diverse keren waren verschillende onderwerpen uit het verleden aan de orde geweest en wij spraken af om daar een keer uitgebreider op terug te komen. Helaas werd van Harskamp ernstig ziek. Hij wist hoe zijn ziekte zich zou ontwikkelen. Dit wetende nam hij tot het laatst toe de regie in eigen hand. Zo ook zijn begrafenis.

Hij kocht een authentieke begrafeniskoets (uit Polen)die moest, als de tijd daar was, getrokken worden door twee zwarte paarden. Na de dienst in de PKN kerk te Schaarsbergen zou de tocht dan langs het bouwland gaan, die hij in het verleden jarenlang bewerkt had. Op de begraafplaats in Oosterbeek zou hij begraven worden in het familiegraf en zo geschiede.

Nu ruim 11 jaar later willen wij, met toestemming van de familie, het verhaal van Aalt van Harskamp alsnog publiceren. Omdat het zo tekenend is voor de zeer moeilijke leef-omstandigheden in die jaren (1930).


Het begon allemaal aan de Schelmseweg 3 (momenteel garage Polman) waar Aalt van Harskamp, zoon van Albert van Harskamp en Hendrika Wassingmaat, in 1924 geboren werd . De familie Van Harskamp, verhuisde al snel van de Schelmseweg naar boerderij Mariazorg aan de Koningsweg en daar begint ook het verhaal.

mariazorgHet was een zeer koude winter in 1929 weet Van Harskamp zich te herinneren, het vroor dat het kraakte. Ook kleine Aalt moest de handen uit de mouwen steken, heel gewoon voor die tijd, ook al was hij nog maar net vijf jaar.

Omdat hun eigen pomp (die buiten stond zie foto) bevroren was, moest hij met de kruiwagen met daarop een wasteil of melkbus, water gaan halen in boerderij Grijsoord die tegenover Mariazorg aan de Otterloseweg- Koningsweg lag. Het was een flink eind lopen voor zo’n kleine baas. De pomp van Grijsoord stond op de deel bij de beesten en was daardoor niet bevroren. Het was een van de weinige plekken waar nog water beschikbaar was. De melkbus of wasteil werd gevuld en ook het pompen was zwaar werk voor de kleine jongen. Daarna moest hij weer met de kruiwagen en de volle melkbus of wasteil terug naar huis. Het water klotste vaak over de rand van de teil over de kruiwagen die één klomp ijs werd. Huilend van de kou en met een snottebel aan de neus kwam hij dan thuis. Toch bleef hij dagelijks water halen.

De vader van Harskamp was in dienst van Van Gils, advocaat en onroerend goed handelaar. Deze laatste had in Hierden bij Harderwijk een boerderij met “oud spul” gekocht en de familie Harskamp verhuisde daarheen. Vader Harskamp moest de boerderij in Hierden met omliggende gronden opknappen. Het goed was zeer verwaarloosd, de boerderij was vervallen en het land zat vol gaten en kuilen die geëgaliseerd moesten worden. Ook moesten veel eiken houtwallen geslecht worden. Dat gebeurde allemaal met de schop en kruiwagen. Er werd gewerkt van de vroege morgen tot de late avond en wel zes dagen in de week. Ook de boerderij werd opgeknapt en geverfd. Toen alles er ordentelijk uitzag verkocht Van Gils de boerderij. Van Gils bood de familie Harskamp toen Boschlust op Warnsborn te huur aan en zo keerden ze op 1 februari 1932 terug naar Schaarsbergen. De boerderij Boschlust stond op dat moment al enige tijd leeg en was juist eigendom van Geldersch Landschap geworden. De vorige bewoner van Boschlust was Van de Born, koetsier bij Graaf Van Limburg Stirum. De graaf woonde op de lichtenbeekLichtenbeek (foto) welk landhuis kort na de oorlog is afgebrand na een ongeluk in de keuken.

De boerderij Boschlust met 5 ha land, stond leeg en was erg verwaarloosd. Het onkruid stond meters hoog weet Aalt van Harskamp zich te herinneren. Boschlust was niet de enige boerderij die destijds leeg stond, dat was ook het geval met de Groote Kweek, de Kleine Kweek, de Zevenster en Rust en Vreugde. De huur was opgezegd en de bewoners waren vertrokken, dit had alles te maken met de prijs van het onroerend goed. Het leverde meer op wanneer het landgoed in kavels verkocht werd en voor een leegstaande boerderij kreeg je een hogere prijs dan voor een bewoonde. Gelukkig ging de verkaveling niet door en werd het gehele landgoed Warnsborn in 1932 eigendom van Geldersch Landschap.

Aan het uiterlijk van boerderij Boschlust, die mogelijk uit 1602 stamt, is sinds 1932 weinig veranderd. Van buiten is het nog de oorspronkelijke bouw, al is het achtergedeelte, de deel, wel twee gebinten langer geweest, maar dat was voor 1932. Natuurlijk zijn er in de boerderij de nodige veranderingen en verbeteringen uitgevoerd. Zo werd er in het achterliggende deel een woongedeelte gemaakt t.b.v de zoon Aalt van Harskamp die in 1953 trouwde met Mechtelt Wouters.

In 1933 werd de stenen schuur naast de boerderij gebouwd door G.J. Beumer aannemer te Schaarsbergen. De huur van de boerderij werd daardoor wel met fl. 1,= p/w verhoogd, maar daar had men dan ook iets voor!! De houten loodsen en schuren zijn van later datum.

In de beginjaren (1930) bleef vader Harskamp in dienst van Van Gils en verdiende fl. 21,00 tot fl. 23,00 p/w, wat destijds een behoorlijk loon was. Daar kon men net iets van sparen en met het gespaarde geld werd de eerste koe gekocht. Enige tijd later werd er weer een koe gekocht en dat ging zo door.

Niet alleen de boerderij was verwaarloosd maar het gehele landgoed (Warnsborn)was slecht onderhouden, alle watergangen en vijvers inbegrepen. Deze waren totaal verdroogd en lek. In 1936 had vader Harskamp de renovatie van deze vijvers en watergangen aangenomen. Alles moest van een nieuwe leemlaag worden voorzien. De leem kwam uit de leemkuil waar momenteel camping Warnsborn is. Het campingveld was een gigantisch gat van wel 50 bij 50 meter en ongeveer 15 meter diep. Later is dit gat vol gestort en geëgaliseerd. De Schaarsbergse voetbalvereniging heeft er nog geruime tijd op gevoetbald. Twee jaar heeft vader Harskamp aan dit project gewerkt ook werd zoon Aalt voor 5 maanden thuis gehouden van school, om te helpen. Daarna was er weer stromend water uit de bronnen en werden de vijvers die geheel droog stonden weer gevuld. Zo ook de vijver rond het "Eiland" waar in 1939 ene Hartgers woonde. (Wist u overigens dat daar een kerkhof was gelegen? Een kerkhof juist achter het veldje welke omringd is door de vijver. Geen gewoon kerkhof maar een hondenkerkhof van Graaf Van Limburg Stirum. Daar werden de honden, zowel jacht- als waakhonden, begraven door de koetsier van de graaf, Van de Born.)

 

U kent ongetwijfeld de uitdrukking “Tijd is geld”. Daar was vroeger geen sprake van. Veel tijd leverde maar heel weinig geld op en men maakte zich daar ook niet zo druk over. Op een gegeven moment had vader Harskamp een stierkalf van ca. 50 kg te koop. Hij stuurde zoon Aalt op de fiets naar Deelen om daar eens te informeren of één van de boeren daar een stierkalf wilde kopen. Rap had wel belangstelling. Hij woonde op boerderij Groot Deelen en was wel genegen het beest te kopen voor fl. 7,= , nee niet per kilo maar de hele stier. Aalt weer terug naar Boschlust, legde de stier in een zak voorop de transportfiets en ging weer over het heidepad langs de schietbanen terug naar Boschlust. Een dagvullende opdracht, maar och zo'n jongen van ca. 10 jaar kostte nagenoeg niets!

Kleine KweekVijf koeien brachten aardig wat melk op, dat kunt u begrijpen. In die tijd woonde op de Kleine Kweek (foto), Leen Boer die zelf een paar koetjes had. Hij was tevens melkboer en verkocht de melk op de Geitenkamp. Hij kon echter meer melk gebruiken en die kwam van Boschlust. Zoon Aalt moest met drie melkbussen, totaal 80 a 90 liter, voorop de transportfiets de melk naar de Geitenkamp brengen. Dat viel niet mee in onze heuvelachtige omgeving, de wegen waren slecht, je moest veel lopen en kon weinig fietsen. Omdat de melk bezorgd werd op locatie, waar melkboer Boer deze uitventte, bracht de melk toch 1 ct./ltr. meer op en dat was mooi meegenomen. Het was slecht werk weet zoon Aalt zich te herinneren , men was erg lang onderweg.

Inmiddels had vader Harskamp 10- 20 ha land erbij kunnen pachten o.a op de Lichtenbeek, achter de Leeren Doedel en achter de Leemkuil(Warnsborn). Na de oorlog in 1945 zelfs in Arnhem-Zuid. Het land in Arnhem-Zuid was vooral bedoeld als hooiland. Zodra in augustus het hooi van het land was, werden de koeien er per transportwagen naar toegebracht en half oktober weer opgehaald. Het waren wel melkkoeien en die moesten dagelijks gemolken worden. ’s Morgens om drie uur ging Harskamp met de transportfiets en daarop lege melkbussen op weg naar Arnhem-Zuid, ongeveer een uur fietsen. Daar melkte hij ongeveer zes koeien per uur en was daar ruim twee uur mee bezig. Daarna moest de melk naar de melkfabriek de CAMIZ. Drie bussen voorop en vaak nog twee bussen achter aan de bagagedrager, totaal zo ongeveer 150 ltr.

In de oorlog begon ene Van Kouterik met paard en wagen de melk bij de boeren op te halen.

RustwatlaanzandwegenNa de oorlog was het Rijk Willems uit Schaarsbergen, hij woonde in Cafe “Rustwat”, Willems deed dat met zijn vrachtwagen. De nu verharde weg door Warnsborn o.a. naar de Kleine Kweek, de Maesberg en de Groote Kweek was toen nog niet verhard maar zat vol kuilen en gaten. Melkrijder Willems was vaak niet in staat om de boerderijen te bereiken met zijn vrachtwagen, omdat de weg te slecht was. De melk moest dan in bussen op een kruiwagen naar de weg gebracht worden waar de vrachtwagen wel kon komen. Later in 1949/50 werd de weg verhard, een bittere noodzaak.

In 1959 nam  Aalt van Harskamp het bedrijf over van zijn vader Albert van Harskamp, tot die tijd had hij in vaders bedrijf gewerkt en was in 1953 getrouwd met Mechtelt Wouters. Zij kregen drie kinderen.

Een van de eerste dingen die hij ter hand nam was het verharden van de toegangsweg naar de Harderwijkerweg, deze weg was ’s winters en in een regenachtig jaargetijde onbegaanbaar en door geldgebrek had Het Geldersch Landschap er nooit iets aan gedaan. Ook werd het erf tussen de schuren en de boerderij verhard, alles voor eigen rekening. Zo is ook de waterleiding aangelegd in 1956, voor eigen rekening. In 1943 was er al wel elektriciteit gekomen. De telefoon kwam in 1954, de TV in 1959 en riolering en aardgas in 1990.

Aalt van Harskamp bouwde het bedrijf verder uit en zo had hij tussen de 1000 en 1500 kippen in zes hokken. De rentmeester van Warnsborn was niet erg gecharmeerd van al die hokken. Het aantal koeien bleef groeien en ook werden er varkens gefokt en gemest. Met de varkens werd gestopt toen er een ziekte uitbrak.

Aalt heeft altijd veel plezier in de veeteelt gehad, maar het meeste plezier beleefde hij als veehandelaar, waar hij in 1953 na z’n trouwen mee begon.

Hij bezocht de veemarkten in Doetinchem, Utrecht, ’s-Hertogenbosch, Zwolle, Leeuwarden en af en toe in Rotterdam. Omdat hij dan al vroeg van huis moest, drie uur ’s morgens was geen uitzondering, moest er wel personeel aangenomen worden. Op een gegeven moment waren er vijf man in dienst om het bedrijf gaande te houden.

Volgens van Harskamp moet de handel je liggen, je moet er gevoel voor hebben en natuurlijk ook kennis van zaken. Door schade en schande heeft hij zelf het vak geleerd! De verhalen over de veehandel waren zeer smeuïg. Zo kon het gebeuren dat er op een zondagmorgen een Arnhemse slager langs kwam, die dringend enkele slachtkoetjes moest hebben en of Van Harskamp hem kon helpen. Het antwoord was: “ Nee ik heb niets, ja er staan er wel een paar, maar die moeten nog een paar maanden staan”. Van Harskamp hield duidelijk de boot af.

Wat Van Harskamp daarna vertelde was een boeiende dialoog tussen de verkoper Van Harskamp en de slager, veel te ingewikkeld om op te schrijven. Later begreep ik dat handel niets anders is dan een toneelstuk. De verkoper “speelt” of hij geen enkele interesse heeft om te verkopen en als uiteindelijk na veel aandringen van de slager toch een prijs genoemd wordt, dan krimpt de koper ineen alsof hij plotseling vreselijke pijn in de schouders krijgt, hoe kun je me dit aandoen lijkt hij uit te beelden. Het wordt allemaal met veel overtuiging gespeeld en beiden, de verkoper en de koper, hebben er groot plezier in. Het is één groot spel! Uiteindelijk wordt de koop dan toch gesloten en beiden zijn tevreden en gaan als goede vrienden uiteen. Als buitenstaander denk je in eerste instantie hoe is het mogelijk dat ze toch overeenstemming hebben bereikt, terwijl de belangen in beginsel zover uiteen leken te liggen, haast onoverbrugbaar. Het lijkt afgesproken werk, maar dat is het niet!

Handel, het is vakwerk en je moet er voor in de wieg gelegd zijn. Mijnheer Aalt van Harskamp heeft in de handel heel veel plezier gehad en uit zijn verhaal ben ik er van overtuigd dat hij ook een vakman is en het vak verstaat. De laatste jaren is Van Harskamp het wat kalmer aan gaan doen, koeien heeft hij niet meer, nog wel enkele paarden en een honderdtal kippen.

Een boeiend opgewekt mens met gevoel voor humor en een bekwaam verteller. Het was me een groot genoegen!

Helaas is de heer Van Harskamp kort na dit interview overleden, een zeer markante man.