Artikelindex

 

" May you be like the maple leaf Grow more beautiful as you fade".

Active Image
Toen de oorlog uitbrak
 
Toen op 10 mei 1940 bij ons de oorlog uitbrak, was ik bijna 6 jaar oud. Ik herinner me heel goed dat mijn vader vreselijk uit zijn doen was en op alles schold wat ook maar iets met Duitsland te maken had. Pas later heb ik begrepen waarom hij zo fanatiek was:
Zijn vader plus zeven broers en zusters met aanhang waren pro-Duits. Dat moet vreselijk voor hem zijn geweest!
Het eerste jaar van de oorlog woonden mijn broertje en ik nog in Vlaardingen. In de grote vakantie (ongeveer acht weken) zette mijn moeder ons op de trein in Rotterdam. Tante J., de jongste zuster van mijn moeder, ving ons in Arnhem op. Meestal waren het Duitse soldatentreinen. Ik herinner mij dat we op grote zakken zaten en dat we de soldaten niet verstonden. Duits dus. Later, in 1943, stuurden mijn ouders ons voor langere tijd naar Schaarsbergen, ten eerste omdat ze dat voor ons veiliger vonden (zoals zal blijken was het in het westen veiliger dan in het oosten), ten tweede omdat daar meer voedsel was.

Schaarsbergen
 
Ik bezocht in Schaarsbergen de Christelijke lagere school, waar we meer onder dan boven de bank zaten. Ook 's nachts waren we bang:
De Duitsers hadden de V-I uitgevonden en vuurden die af op Engeland. Net boven Schaarsbergen/Deelen moest dat ding van richting veranderen en dat mislukte nogal eens. We hoorden die V-I altijd al van verre aankomen, een enorm gebrom. Tante J. vertelde dat één van die projectielen op een keer helemaal niet meer wist waar hij heen moest en dat hij negen keer over Schaarsbergen richting Deelen ging, daar weer draaide tot de Menthenberg en dan weer aankwam. Je kunt je voorstellen hoe bang we waren, want ieder moment kon dat ding neervallen. Gelukkig kwam hij in het bos terecht. Ik had een doos vol scherven die ik op een of andere manier koesterde; van sommige weet ik nog precies de vorm. Waar ze na de oorlog 'zijn gebleven, is een raadsel.
Ik geloof dat het eind '43 was dat het huis van mijn grootmoeder door de Duitsers werd gevorderd. De Orts-Kommandant nam met een stel soldaten zijn intrek en wij moesten met z'n vijven (oma, tante J., ome J., mijn broer en ik) in het kleine huisje achter ons huis. Later voegden zich twee 'SS'ers bij het stel. Ons werd verboden ook maar iets van hen aan te nemen. Alleen de grote slee mochten wij gebruiken om de Menthenberg af te racen.

Over het algemeen gebeurde er niet zoveel. Maar op een morgen moesten we allemaal in rijen naar het Hervormde kerkje lopen. Iedereen was gespannen, wat hing er nu weer boven je hoofd? De Duitsers hielden ons daar een paar uur vast en toen mochten we weer terug naar huis' lopen. Ik vergeet nooit het erbarmelijke huilen van mijn grootmoeder, want bij thuiskomst zag ze dat al haar kippetjes weg waren. Het hok was helemaal leeg. Het waren niet "zomaar" kippen; ze hadden allemaal een naam en ze liepen de keuken in en uit! Later hoorden we dat ook bij de andere dorpsbewoners alles was gestolen: de kippen, de varkens en een stel koeien.

Mijn broer en ik kregen regelmatig post van mijn ouders uit Vlaardingen. De postbode. Van Kooten, las alvast op het lange oprijpad wat er zo gebeurde in het westen. En bij de deur meldde hij alle nieuwtjes die op de kaart stonden. Het begrip "privacy" bestond toen nog niet op Schaarsbergen!
In de grote vakantie kwamen, zo lang dat nog mogelijk was, mijn ouders ook naar Arnhem. Dan gingen mijn broer en ik zo lang bij tante G., een oudere zuster van mijn moeder, logeren. Tante G. woonde in een huis naast dat van tante J. We konden onmogelijk met z'n allen in dat kleine achter-huisje. Mijn vader bracht dan clandestien een radiootje mee en ging met ome J. onder een zeil onder de dennen naar Radio Oranje zitten luisteren. Het was wel riskant! Radio Oranje, uitgezonden vanuit Londen, had een eigen begintune, die de moffen ongetwijfeld ook hoorden. We zijn er altijd vanuit gegaan dat zij tegelijkertijd luisterden, zodat het niet opviel. Maar het heeft mij wel veel zenuwen gekost, want elke keer was ik zo bang, dat mijn vader gepakt zou worden.
Niet zo lang voor de bevrijding werden er nog regelmatig Engelse vliegtuigen, op weg naar Duitsland, neergeschoten. Op een nacht stortte er één vlak bij ons huis in het bos neer. We hoorden later dat één piloot zich met een parachute had kunnen redden en gevallen was op het dak van "Rust Wat", een soort café, dat nu als pannenkoekenhuis is ingericht. De andere piloot was niet te vinden. Ome J. ging niet veel later met mijn broertje proberen de klokjes uit het vliegtuig te slopen. Toen ze daarmee bezig waren, kwam tante J. plotseling in paniek aanrennen en sommeerde ons meteen haar huis te gaan. Ik had nooit begrepen waarom ze plotseling zo overstuur was. Ze vertelde dat ze een voet (van die spoorloze vlieger) had gevonden en vermoedde dat er nog wel wat meer lag. Ze wilde het risico niet lopen dat' J. of ik andere lichaamsdelen zouden vinden.

De laatste winter, die van 1944, waren er nog nauwelijks V-I's in de lucht. Dat was een hele opluchting. Wel kregen we vrij veel mensen uit het westen aan de deur die om eten vroegen.
Mijn broer, een neef en twee ondergedoken joodse kinderen, René en Stephan Felsenthal, speelden veel op het "heitje", zoals we het heideveld noemden. Onder een grote dennenboom bouwden we daar een hut. Op een morgen vonden mijn broer en ik in onze hut twee mannen. Zij beduidden ons rustig te blijven en naar onze ouders te gaan om te vertellen dat er twee mannen waren. En dat deden we. Wij, in ieder geval ik, die toen tien jaar was, begrepen dat het geen Duitsers waren, want ze spraken een andere taal, maar Engels had ik nog nooit gehoord. Mijn oom en tante begrepen onmiddellijk dat het piloten moesten zijn en zochten contact met mensen die konden proberen hen veilig onder te brengen. Twee dagen lang bracht mijn oom brood, melk en warm eten naar de hut. Er werd een plan verzonnen: ze kregen burgerkleren en moesten met tante J. en een vriendin doen alsof ze dronken waren. Al waggelend liepen ze naar een bepaald huis, waar de ondergrondse verder voor hen zorgde.

Slag om Arnhem
 
Half september 1944 hoorden we vanuit grootmoeders huis scheldende SS-ers. Ze waren in paniek: de Engelsen waren de Rijn overgekomen. Maar de Duitsers hadden daar juist sterke eenheden paraat en het werd een droevige afgang voor de geallieerden. Van de hevige gevechten zelf heb ik niet veel gemerkt. Wel herinner ik me dat veel Arnhemmers en Oosterbekers op de vlucht sloegen richting de Veluwe, dus richting Schaarsbergen. In dié tijd ook verlieten de Duitsers ons huis. In een ommezien zat het vol vluchtelingen. Zeker wel dertig mensen. Ze sliepen dicht op elkaar in de grote gang en in de twee benedenkamers. Voorzover ik me herinner niet boven. Daar zaten wij én een echtpaar waarvan de vrouw op het punt stond te baren.
Wat onze eigen familie betreft voltrok zich een drama. De oudste zuster van mijn moeder,  kwam totaal ontredderd met man en drie kinderen het pad op. Ze hadden een oude kinderwagen bij zich. Het huis was propvol en mijn grootmoeder moest haar doorsturen, want je kon toch onmogelijk anderen er weer uitzetten. Dat heeft mijn tante de familie jarenlang zeer kwalijk genomen. Gelukkig werden ze wel opgenomen in het huis van tante G., dat vlakbij mijn grootmoeders huis stond. Na enige tijd werden de vluchtelingen ondergebracht in diverse dorpen op de Veluwe. De tante uit Oosterbeek en haar gezin moesten tot na de oorlog bij een familie in Otterlo blijven.
 
Bevrijding
 
Pas in het voorjaar van 1945 werd door de geallieerden een nieuwe poging ondernomen. Die slaagde wel! Er werd hevig gevochten, ook in en in de onmiddellijke omgeving van Schaarsbergen. Van tante J. hoorde ik dat de Engelse en Canadese soldaten lopend tussen de grote bomen aan de Kemperbergerweg (waaraan ook grootmoeders huis lag) alles wat bewoog doodschoten. Tante J. zei dat het hele bos vol dode Duitse soldaten lag, want de geallieerden hadden inmiddels de gehele Veluwe omsingeld. Voor de Duitsers was er geen ontkomen aan. Ze konden zich kennelijk niet meer verweren. Naderhand turfden we de Duitse dode soldaten die we aan de kant van de weg zagen liggen. Tenslotte besefte je als kind niet goed wat er aan de hand was. We zagen honderden soldaten, liggend op hun buik, het geweer opstaand ernaast en de helm op de kolf van het geweer. Ze werden met vrachtwagens opgehaald en in het bos aan de Schelmse weg begraven. Een baron (pro-Duits!) had een gedeelte van zijn landgoed daartoe ter beschikking gesteld. Na de 'oorlog zijn ze herbegraven. Later zijn de Engelse en Canadese soldaten herbegraven op de Airborn-begraafplaats.

In het boek Uit die laatste periode van de oorlog herinner ik me ook het volgende nog goed. Een Engelse tank installeerde zich in wat wij "het dal" noemden. Grootmoeders huis lag namelijk wat lager aan de voet van de Menthenberg. Elke keer als er vanuit richting Arnhem een Duitse tank of ander voertuig naderde, doofde de Engelse soldaat met zijn grote, laars zijn sigaret, stapte in en schoot het Duitse voertuig kapot. Nu denk ik weleens: daar zaten toch ook mensen, vaak jonge jongens in, die veelal in de vlammen omkwamen.
Wij hadden die laatste maanden totaal geen contact meer met mijn ouders. Vlak na de capitulatie kreeg mijn moeder van het Militair Gezag een vergunning om naar haar zieke moeder in Schaarsbergen te reizen. Door toedoen van één van onze buren in Vlaardingen, die bij de B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten) zat, kon zij meerijden met een auto van de B.S. Begin september zijn wij op dezelfde manier met z'n drieën naar Vlaardingen teruggereden. We moesten toch weer naar school!
Maar zolang we nog bij tante J. waren, begon voor ons kinderen opnieuw een spannende tijd. Vlakbij haar huis werden Engelse en Canadese soldaten gestationeerd. L, een joods meisje, dat ondergedoken was geweest bij een oud-tante, en ik riepen: "Eggs, fresh eggs!", welke woorden we inmiddels geleerd hadden. We ruilden de eieren voor kauwgum (iets wat we nog helemaal niet kenden) en sigaretten. Een Canadese officier probeerde met ons te praten en vroeg waar we woonden. Op een zondagmiddag kwam hij wandelend langs en wij vroegen aan tante J. of hij bij ons zou mogen komen theedrinken. Maandenlang kwam hij 's zondagsmiddags en na een paar weken bleef hij ook 's avonds eten. De enige met wie hij echt kon praten was mijn vader, die inmiddels ook een vergunning had gekregen om naar Arnhem te reizen.
De officier heette Don Brake. Hij heeft een Canadees versje in mijn poezie-album geschreven:
 
" May you be like the maple leaf Grow more beautiful as you fade".

Intussen werden veel soldaten met hun materieel in Hoek van Holland verscheept naar Canada en Engeland. Voordat Don Brake naar de Hoek reed, deed hij Vlaardinger aan. Je kunt je voorstellen hoe wij ons voelden, toen er een Canadese jeep voor ons huis stopte! Te meer omdat aan de overkant van ons huis een familie woonde, die in de oorlog Duitse legerauto's voor de deur had staan.
Alles bij elkaar was het in de oorlog een onrustige tijd voor ons:
Dan weer in Vlaardingen, dan weer voor maanden in Schaarsbergen. Toen de treinen niet meer reden, zaten we tijdens zo'n reis een hele dag op een Rijnaak van Rotterdam naar Arnhem, met het gevaar vanuit de lucht beschoten te worden door geallieerde vliegtuigen.
Natuurlijk is er nog veel meer gebeurd, maar dit zijn enige herinneringen die me altijd erg zijn bijgebleven.
Natuurlijk is het bovenstaande maar een fractie van wat er dag in dag uit in mijn kindertijd gebeurde!
------------
Foto tank:
 
 
Boek "Door de lens van De Booys" van Van Iddekinge,op blz. 97, een Duits pantservoertuig dat kapot geschoten ligt voor het huis van mw. Van den Born-Broekhuizen aan de Kemperbergerweg.

 

De tank bovenaan de Kemperbergerweg was een Franse Renault tank van het type Pz.Kpfw.35R(f),(Panzer Kampfwagen 35R f)) De "f" tussen haakjes betekent dat het om een van oorsprong Franse tank gaat. Het gaat dus om een door de Duitsers, in 1940 buitgemaakte tank, een "Beutepanzer". Deze tank behoorde tot de Panzerjäger-Abteilung 657 die in dit stadium van de oorlog bekend stond als de Panzerjäger-Abteilung 684. Commandant van de eenheid was Hauptmann Pulkowski.

De Panzerjäger-Abteilung 657 was in november 1943 opgericht in Nederland als staf voor de Panzerjäger-Kompanien 612, 613 en de Panzer-Kompanie 224.

Bronnen:
Marcel Zwarts, German armored units at Arnhem : September 1944, p. 69 Verbände und Truppen der deutschen Wehrmacht und Waffen-SS 1939-1945 :

die Landstreitkräfte, Band 12, pg. 53


Bron: In de Collectie Vroemen, aanwezig bij het Gelders Archief, Inv. Nr. 10 is een stuk van Lex Roell aanwezig over dit toestel, met de titel “Last mission of Stirling LK 135-5G:N – Nan of 299 sqdn”.

Active Image



Last mission of Stirling LK 135-5G:N - Nan of 299 sqdn.

Operation Arnhem on September 19th 1944. airbase Keevil:

1) 17 Stirlings, led by W/Cdr Davis D.F.C, in Stirling LK 135-5G:N (*), Air-crafts each to resupply the Airborne-Forces in Arnhem with 24 containers and 4 panniers at D.Z."V" (see enclosed map).

2) 7 combinations Stiriing-Glider, lead by F/L R.T. Turner D.F.C., gliders with units of the Polish Brigade to land on L.Z. "L".

Operation Record Book. summary of events Sept 19th:

For Operation Market D+2 the Squadron provided seven combinations and seventeen Aircraft f or resupply purpose. The combinations were briefed to release their Gliders on the same (**) L.Z. as on the previous two days (L.Z. "L") and the resupply Aircraft were to drop their containers and panniers on D.Z. "V". These two areas were separated by a distance of one and one-half miles. This time all Aircraft were routed in a different way going over the battle-line and then Northward. Cloud was very low and visibility poor. Heavy Flak and machine-gun fire was experienced around and near the D.Z. and L.Z. and some on the route. Only one Aircraft failed to deliver its Glider this being P/O Rowell; the glider was caught in slipstream and released near Ostend. The resupply Aircraft all dropped their containers and panniers but three Aircraft were missing as a result of this Operation;

W/C Davis, D.S.O., F/L R.Lovegrove, D.F.C. F/L Mason, F/L J. Francis, F/L

Chalk, D.F.C., and Sgt Auld and also a passenger S/L Wingfield from Group.

This Aircraft was seen to be in flames and crashed on the D.Z..

F/O Liggins, F/S F.H. Humphrey, F/S K. Crowther, F/S K.W. Scott, Sgt W.T.

Simpson and Sgt D.G. Gaskin; this Aircraft seen in difficulties and believed

crashed near the D.Z.

P/O Bayne, F/O Clifford, Sgt. L.W. Dixon, F/S W.Tee, Sgt. L.W. Robbins and

Sgt W. Hume; no report of this aircraft.

Of the remainder P/O Graham, F/O Goucher, P/O Thorburn, F/O Huil, F/S

Clark, F/O Rowbotham, F/L Davidson, F/L Rees, F/O Schierer, F/O Beresford,

W/O Brown, P/O Hotz, P/O Horan, and F/S White were successful.

F/O Goucher, F/L Davidson and F/O Beresford had numerous hits from Flak.

One commendable point being that F/O Hancock took his glider in and delivered

it on three engines. Fighter cover seemed less than on the previous two days,

probably due to weather. F/L Davidson took two passengers. Brigadier Monies

and Lt. Col. Darling from the Airborne forces. These two were thoroughly

shaken and a subsequent letter from Brigadier Monies confirms our report.

The Squadron deeply regrets the loss of W/C Davis, D.S.C., and his Crew for all

were leaders and all very popular.

Crash-location (see also map, spot confirmed by air-recce photo):

250 yards south-east of Restaurant "Rustwat", Kempenbergerweg (road which connects Schaarsbergen with Arnhem). The Stirling came down flying in a S/E direction in a young wood of approx. 6-8 ft high pinetrees, parallel and 500 yards away from the sand base of a new highway to Germany at that time under con-

note* : According to Mr Lombardi of Swavesey, Cambridge, the Stirling flown by W/Cdr Davis had EF 319 as serial number and notLK 135, number 5G-N be­ing correct. In this record however the original number of ORB is maintained. note**: error, on previous days only landingzones "Z","S" and "Y" were used. struction and cut through the pinewoods (named by the dutch "Hazenpad" or "Hares trail", an escape route for our frightened enemy).

Crew ofLK 135 - 5G:N

-W/C P.B. Davis, pilot, KIA in crash, buried in Airb. Cem. Oosterbeek, 4.C.17.

-F/L R.W. Lovegrove, co-pilot, baled out, landing on the roof of "Rustwat".

-F/L P. Mason, navigator, KIA in crash, buried in Airbome Cemetery 4.C.14.

-F/L W.R. Chalk, reargunner, bailed out near German barracks airfield "Deelen".

-F/L J.N. Francis, wireless operator, baled out, landing place not known.

-Sgt W.J. Auld, flight engineer, baled out landing in D.Z. near "Bornshoeve".

-S/L C.A. Wingfield, passenger, KIA found without parachute, 200 to 250 yards N/W of Restaurant "Rustwat", buried in Airbome Cemetery 4.C.15. Pespatchers:

-Dvr R.E. Ashton, 63 ACC RASC, KIA in crash, buried Airb. Cemetery 4.C.16.

-Dvr E.H. Shovell, of 63 ACC R.A.S.C., baled out, landing place not known.

Survivors:

F/L Chalk, F/L Francis and Sgt Auld were taken POW. F/L Lovegrove succeeded in escaping capture by the Germans. Bailing out last and at already too low altitude (an estimated 400 yards from crashlocation) F/L Lovegrove hit the roof of Café-Restaurant "Rustwat" at the Kemperbergerweg (see enclosed map), which absorbed his too high landingspeed and in a way softened the landing. The roof was quite damaged, dented and with broken tiles. Mr Lovegrove was fortunate not to have broken limbs. But the impact can not have gone unnoticed to his body, to say the least. With help of mr Beumer, Timens, Andriesse, and others, (a.o. people of the AKU factory, manufacture of rayon, nowadays part of the AKZO International Company) F/L Lovegrove managed to stay out of the hands of the Germans and to make the crossing of the Rhine river at Renkum (West of Arnhem) end of October, and retumed to base.

Aircrew reports. from Operation Record Book 299 Sqdn:

- Stirling LK 135 Misssing. Sqdn Leader Wingfield passenger. A/C seen shot down in flames over D.Z. Containers observed to be released. Now known that F/Lt Francis, F/Lt Chalk and Sgt Auld are P.O.W. F/Lt Lovegrove now returned to his Squadron.

- LJ 879, up 1250: W/C Davis leading formation seen to crash.

- LJ 848, up 1300: 3 Stirlings seen shot down over D.Z. Fighter cover not ob­served.

- LK 135, up 1251: W/CDR Davis's A/C went down in flames over D Z but he dropped containers. One Stirling seen on fire at 5153N 0546E on river Waal.

- LK 124, up 1255: Stirling seen to crash in flames at 5158N 0552E.

- LJ 894, up 1300: Intense H/F & L/F over D Z and considerable flak seen on run up from TRV. Observed Stirling on ground at 5148N 0536E crew seemed O.K. Stirling seen buming at 5135N 0516E.

- LK 118, up 1255: Most of flak came from woods surrounding the D Z area.

Comment from W.R. Chalk. letter to mr Henk J. Tiemens 3-7-1983:

"With regard to the last moments of 'N' Nan, as you know the rear-gunner is quite isolated from the remaindër of the crew, my turret was damaged some 1/2 hour bef ore we arrived at the D.Z., but I did hear W/Cdr Davis say the aircraft was on fire, and I could hear the roar of the flames, the next I heard was the pilot telling us to abandon aircraft. We were hit by heavy antiaircraft guns right in the bomb-bay, which held the petrol canistors attached to their parachutes. I heard no acknowledgement from any other member of the crew. I think perhaps W/Cdr Davis thought he could land, but very soon changed his mind, the aeroplane was flying quite normally when I left, but it could not have flown thus for many more minutes. Again Hank, you must try and contact a member of the flight deck, to obtain the true facts.

The barracks near which I landed was about 20 minutes drive in a German vehicle to St.Elisabeth's Hospital, and was behind it."

Interview in July 1947 bv Editor for the weekly publication "de Spindop". AKU factories. with Sqdn Leader R.W. Lovegrove. DFC:

"After dropping our supplies our plane was hit and started burning. Our captain gave the order to abandon plane, which I did soonest possible, landing on the roof of a house (so Café-restaurant "Rustwat"), in which German soldiers happened to be quartered, in the village of Schaarsbergen. After having bidden my parachute I succeeded to hide myself in a haystack nearby......".

Interview with mr G.J. Beumer living two houses away from "Rustwat" at Kemperbergerweg 699, Schaarsbergen.

Together with Arend Timens, son of the local policeman, I happened to be at "Rustwat" when an airman landed on the roof and slided on the ground with the parachute behind him. After having hidden the parachute, the decision was taken to hide the airman in the haystack in the backyard of my house, at 100 yards distance from "Rustwat". As in the house of my neighbour (policeman Timens) some SS soldiers had taken their nightquarters since the start of the battle, it was a risky operation. But we had no choice, it was the only thing to do because quick action to hide the airman was needed, nobody should know! We contacted afterwards mr Andriesse. Four days later the airman could secretly be moved to a safer place. In civilian clothing with a red cross marking on one of his arms hè rode on a girls bike into Arnhem, accompanied by two guides with also red cross distinctions. The girl never saw her bicycle back. Her father is still very cross with me as I had taken the bike without asking permission!

Being some weeks later in Otterloo visiting friends by chance I saw again the airman. He was still hiding, waiting to make the crossing of the Rhine river. The airman. Mr Lovegrove, visited us after the war with his wife. I remember he offered at that time the owner of "Rustwat" to pay for the roof damage........

From the ground, mr Henk J. Tiemens, standing near Casa Nova

I was standing on the Kemperbergerweg with my father near Casa Nova, when suddenly a Stirling came over low, burning at the underside, just after the wing. A man was standing in the large door behind the wing, holding himself with his arms to both sides of the opening. My father told me it was a paratrooper, having a khaki uniform (it was thus one of the dispatchers). Visiting later the spot where the A/C came down I noticed remains of several containers with gasoline cans and remains of panniers.

From the ground. undersigned living with family in "Bornshoeve":

-On September 19th morning, only for that particular day, a German anti aircraft unit consisting of at least two 88 mm guns and four 20 mm guns took position of the Bakenbergse weg (road), declaring it inmediately out of bounds or military territory (closed for civilians). The Bakenbergseweg running N/W - S/E happened to form the most eastern demarcation of D.Z."V". The light Flak was entrenched along the road under birches at intervals of some 20 yards, facing S/W and all covering most ofD.Z."V". The 88 mm guns were located under the trees in a lane of beeches perpendicular to the Bakenbergseweg, with a shooting sector West to N/W (or parallel to Bakenbergseweg, see map). Due to the open fields, with a denivellation to the West, the 88mm guns had an excellent position to take under fire also the area above L.Z. "L", the centre at a distance of 2.2 miles, where gliders with elements of the Polish Brigade towed by Stirlings a.o. from 299 and 196 Sqadron were about to land the same day. During the positioning of the Flak a German officer came in the "Bornshoeve" and told the family to stay in house or better to take shelter in the cellar if available because "there would be soon a lot of heavy shooting". After the shooting had started in the afternoon one Stirling (could also be from 196, 295 or 570 Sqdn, other participants that day of the operation) has been seen skimming low over the nothern part of D.Z., coming from a S/S/W to S/W direction. As the shooting was intense, 88 mm shells bursting low in front of "Bornshoeve" (about 500 yards after leaving the gunbarrels) further watching of the action by undersigned was considered too dangerous and discontinued. It has to be assumed that other Stirlings have flown a similar course over D.Z. "V" in N/N/E-N/E direction to prevent collision. As parachute, flying jacket and flying-cap of Flight Engineer Sgt Auld were found in the evening of Sept. 19th some 400 yards away from the "Bornshoeve" in a small meadow enclosure surrounded by beechwood behind the farm house of Bram Wijlhuizen (on the northern boundary of D.Z.), knowing also the landingplace of F/L Chalk makes it possible to have quite a fair idea about the flightroute taken by W/Cdr Davis with LK 135-5G:N in the last minutes.

Conclusory & hypothesis:

Above information leads to the following conclusions and/or hypothesis:

- The German High Command had detailed information of the landing schedule and places of the Ist British Airborne Division and the Polish Brigade from the second day onwards (prefixed plan for the whole landing). The Germans thus were able to plan their countermeasures in an effective way a. o. place their flak each day in the most optimal locations (on the 2d day Flak was placed in similar way on boundary of the Ginkelse Heath, landing-zone "Y" of the4th Para Brigade of Brig. Hackett). The Germans could get hold of all operational plans of Market Garden on the first day from a glider which had to hook off prematurely due to enemy fire or trouble with the towing aircraft. Landing in still oceupied territory of South/West Holland, the glider was taken by local German forces who found the documentation, allowing General Student (CO of the German Airborne Forces) to have the Arnhem Market Garden plans on his desk the same first day.

- Stirling LK 135-5G:N of W/Cdr Davis leading 299 Sqadron was hit in the rear of the bomb-bay at the beginning of the run over D.Z."V" by the Rak at the Bakenbergse weg (or from guns located on other sides of D.Z. "V"?), causing fi­re in the gazoline loaded containers. After being hit only part of the containers could still be released by crew from the bombbays, panniers remained on board.

(***) It is said that the unfortunate glider was one of the 25 gliders of Ist Airborne Corps HQ with destination Nijmegen, towed that first day by Stirlings of 295 Sqdn. The glider aborted after having passed Breda (see ORB 295 Sqdn).


- Sgt Auld was the first of surviving aircrewmembers to leave the burning A/C, F/L Lovegrove the last. At what place F/L Francis bailed out, is not known. He survived. The man standing at the despatch door seen by mr Tiemens and his father must have been despatcher Shovell before he jumped to safety.

- A few seconds after being hit, still flying in N/E - N/N/E direction, LK-135 5G:N passed perpendicular the highway under construction. When W/Cdr Davis sees to his left this wide sandy trail cut through the pinewoods, having a passenger on board (and wounded?) hè instantly decides to make a belly landing on that trail, giving at the same time the order for others to abandon aircraft. Seconds later the aircraft starts making a 270 degree turn to port. With LK135-5G:N difficult to control, the radius of the turn comes out too large and the aircraft overshoots with 500 yards, flying now parallel with the trail in S/W direction. Because of too low altitude there is no more room for manoeuvring. Seconds before the crash S/L Wingfield decides to leave the aircraft, followed by F/L Lovegrove who lands with parachute on the roof of "Rustwat", only 300 yards from the place where LK 135-5G:N came down.

Not diverting from the original course of the A/C over the D.Z. "V" would have brought W/Cdr Davis over the airfield of Deelen with possibilities for bellylanding. But due to the condition of the aircraft there was no time left to look for alternatives or adding new risks.

- F/L Chalk landed near the German barracks "Heidekamp" belonging to the garrison of airfield Deelen east of the Deelenseweg near the Koningsweg of Schaarsbergen, just before W/C Davis started the portturn ("the aeroplane was flying quite normal" according to F/L Chalk). He was then transported by Germans in a truck taking the Deelenscheweg to the Municipal Hospital of Arnhem, located more or less following straight the same direction into town (and thus not to the Elisabeth Gasthuis/hospital).

The Supply-Operation by C-47 Squadrons at D.Z." V" on Sept. 19th:

It would be an incomplete story if no mention would be made about the bravery shown during the supply mission of the Dakota Squadrons arriving directly after the Stirling Squadrons. The force was composed of 66 Dakota's from 271 and 48 Sqdn of base Down Ampney and 575 and 512 Sqdn of base Broadwell, squadrons leaving the respective airfïelds in that sequence. The action of F/L David Lord of 271 Sqdn flying KG 374 is well known. For his bravery hè was posthumously awarded a V.C. Less known or known only to a few is what happened with Dakota FZ 626 of the same 271 Squadron, flown by P/O J. L. Wilson with F/S H. Osborne as co-pilot. 271 Squadron being the first group of Dakota's to make the dropping run at 1000 ft on D.Z. "V" they ran into the same Flak as experienced by the Stirlings. Dakota FZ 626 with P/O Wilson was the first being fataly hit above the D.Z. The A/C came down right behind the positions of the 20 mm Flak, crashing on a house on the other side of the Bakenbergse weg, but cutting the birches in half above the heads of one or two of the guncrews (see map). Shortly after the crash the same German officer came in, who had told us in the morning to stay inside. He tells us that an aircraft had crashed on a house which was now on fire (we knew because we were noticing a huge smokestack), but that we should stay in our house, the best thing to do( at that time we were not realizing that an aircraft cöuld fall also on our house). Moreover he commented to undersigned and his family (in german language) "the aircraft had a very brave pilot, he tried to crash right on the gunbatteries but hè just failed".

Though missing the gunbatteries the explosions of ammo out of containers and panniers by the fire caused a lot of disturbance and distraction in the back of the guncrews. The flak succeeded shooting down only one more Dakota, KG 388 of 575 Sqdn flown by F/L Charles R. Slack (see annex for crashlocations). Together with P/O Wilson and F/S Osborne were killed with the crash F/S R.F. French, W/Op and Lance Corporal James Grace RASC. F/S L.C. Gaydon, Nav. and the other RASC dispatchers could in time bail out of the burning aircraft. One of the birches is still present today at the Bakenbergseweg in the corner where the Flak was placed. This tree is a silent testimony of the bravery of the pilot, clearly showing where the Aircraft cut the tophalf above German guncrews.

Aftermath Awards;

On June lOth 1946 her Majesty Queen Wilhelmina of the Netherlands decided after common recommendation by the Minister of Foreign Affairs mr Stikker and by the Minister of Defence mr Schokking to award the Bronzen Kruis (Bronze Cross) to:

W.R. Chalk. D.F.C.. Flight Lieutenant

H.A. King, Flight Lieutenant

J.N. Francis, Flying Officer

D.M. Peel, Flight Sergeant . .

D. Gleave, Flight Sergeant

F.H. Sedgwick, Sergeant

W.J. Auld. Sergeant ,from the Royal Air Force and

H.M. Mac Leod, Flying Officer ,from the Royal Canadian Air Force.

Motivation:

During the Airborne.Operations near Arnhem having demonstrated a courageous and coherent course of action against the enemy and having shown exceptional devotion to duty.

H.A. Röell, Eindhoven, Sept. 1991