Artikelindex

Historie van het Landgoed Johannahoeve deel 2



Door Cor de Winkel en Kees Klaver


Bronvermelding:
Het nu volgende artikel over het landgoed ‘Johanna-Hoeve’ is in een aantal opeenvolgende uitgaven van Schoutambt en Heerlijkheid van de Stichting Heemkunde Renkum gepubliceerd. Alle foto's collectie Kees Klaver en Cor de Winkel. Onderstaande het tweede en laatste deel. (redactie).

 

Johanna-Hoeve

Johanna-Hoeve

 


4. Geert Van Mesdag ( 1863 – 1939) > biografie.

Geert Van MesdagIn 1863 werd Geert Van Mesdag geboren in Groningen, waar zijn vader apotheker was. Vader Gilles van Mesdag had hoge verwachtingen van zijn enige zoon; later in een brief aan zijn zoon herhaalde hij de woorden die de vroedvrouw bij de geboorte had gesproken: “ deze wordt een groot man”. Hij zal zijn vader niet teleurstellen. Na examen gedaan te hebben aan de Openbare Handelsschool te Amsterdam, werkte hij vanaf 1883 enige jaren op handels- en fabriekskantoren te Groningen (graanhandel en vlasspinnerij); i.v.m. het werk bij deze vlasspinnerij vertrok hij enige tijd naar Belfast. Na zijn terugkeer werd hij deelgenoot bij de theefirma R.J. Kahrel.

(Afbeelding: geert Van Mesdag (1863-1939) Foto: Collectie Kees Klaver/Cor De Winkel)

In 1890 trouwde hij met mejuffrouw H.M. Maxwils, directe afstammeling van de oprichter van de firma C.J. van Houten & Zoon te Weesp; Hermina Martha Maxwils kwam als 3-jarig weesmeisje bij zijn ouders in huis te wonen.

Geert van Mesdag en Hemina Martha Maxwils kregen 4 kinderen, de zonen Gilles Jacob, Geert, Jacob Siegfried en een dochter Johanna Henriette (geb. 16 mei 1908).

 

1889 was hij gaan werken bij de firma van Houten en in 1893 werd hij tot beherend vennoot benoemd.

In 1898 betrok hij de fraaie villa “Quatre Bras” in Hilversum. In 1903 was hij een van de initiatiefnemers van de vereniging “Centrale Raad voor Hulpbetoon en Armenzorg”, waar hij tot aan zijn overlijden voorzitter van was; tussen 1915 en 1919 was hij lid van de Hilversumse Gemeenteraad. Verder zat hij in vele besturen en was hij commissaris van de spaarbank in Hilversum, De Maatschappij voor Hypothecair Crediet in Nederland en van Zuidhollandsche Bierbrouwerij; ook was van Mesdag enige jaren voor zijn overlijden president-commissaris van Philips’ Gloeilampenfabrieken te Eindhoven.Familie Van Mesdag

 

Afbeelding: Familie Van Mesdag, van links naar rechts: vader Geert Van Mesdag, Gilles Jacob, Johanna Henriette Geert, Jacob Siegfried en moeder Hermine Martha Maxwills Foto omstreeks 1910

( Foto: Collectie Kees Klaver.Cor de Winkel).

 

 

Van Mesdag had ook grote interesse in de agrarisch sector; zijn moeder kwam uit een rijk boerengeslacht. De familie van Mesdag bezat in Groningen een vijftal boerenbedrijven, waarvan hij , bijgestaan door bedrijfsleiders, het beheer voerde.

Van Mesdag was benoemd tot Ridder in de Nederlandse Leeuw, Ridder in de Orde van Leopold van Belgie en Officier de l’ Instruction Publique.

In 1908 kocht van Mesdag grote stukken grond boven Oosterbeek, dat hij Johanna-Hoeve noemde naar zijn dochter Johanna Henriette, die 16 mei 1908 wordt geboren in Hilversum. Zij trouwt in

1934 met Julien Charles Redele, algemeen directeur van Victoria Biscuit. Zij noemt zich later Anneke Redele-van Mesdag. Anneke was van 1967 tot 1979 bestuurslid van de Stichting Mesdagfonds.

Zoon Gilles woonde enige jaren in de Driekoningenstraat 18 in Arnhem en zoon Geert enige jaren aan de Zijpendaalseweg 47. Tijdens de oorlogsjaren waren zij in Zwitserland.

Geert van Mesdag koopt in 23 mei 1921 een dubbel woonhuis aan de Mariaweg in Oosterbeek (F 49 en F 50 of C 1845 en C 1846)  nu nr. 51 en 53 voor F.1700,-; de makelaar was G.Wolzak.

In 1932 trekt van Mesdag zich terug uit de directe leiding van de firma van Houten en als hij op 7 november 1939 overlijdt, herdenkt burgemeester Lambooy van Hilversum hem met de volgende woorden: “Een der edelste burgers van Hilversum is overleden. De heer van Mesdag heeft zijn hele leven lang goed gedaan. Waar er nood was heeft hij die willen lenigen, de smart heeft hij aangevoeld en bezielend heeft hij gewerkt. Hij ruste in vrede”.

 


5. Johanna-Hoeve en de modelboerderij (1908-1922)

 

 

Ontginning:

In het begin van de twintigste eeuw is de landbouw in Nederland nog zeer ouderwets, alleen op de goede gronden in b.v. Groningen wordt goed gepresteerd. Met de komst van de kunstmest kunnen ook slechtere gronden vruchtbaarder worden gemaakt.

 

 

De gronden op het landgoed waren voornamelijk nog heidegronden met slechte dennenbossen, met hier en daar een kleine zandboer, die zijn schapen weidde over de uitgestrekte velden of plaggen hakte voor  mestbereiding.

Van Mesdag stichtte op Johanna-Hoeve een modelboerderij, onder leiding van de heer Burgers als directeur en als bedrijfsleider de heer Jennings. 

stoomploeg

Afbeeldeing: De diepploeg met locomobiel.( Foto: Collectie Kees Klaver/Cor de Winkel)

In 1909 werden grote stukken heide ontgonnen met een diepploeg van de Nederlandse Heidemaatschappij getrokken via een staalkabel door een locomobiel (ongeveer 45cm diep) en enige jaren later was ca. 350 ha woeste grond reeds ontgonnen; zelf ontgon men ook met een ploeg die werd getrokken door eigen ossen en paarden. De hoge zandgrond was slecht en het grondwater bevond zich op een diepte van 12 – 16 meter, dus moest er heel wat gebeuren om de grond vruchtbaar te maken.

 

Bewerken land met ossen vvo r de ploeg

Afbeelding: met een span van zes ossen werden de woeste gronden op Johanna-Hoeve ontgonnen.

(Foto: Collectie Kees Klaver/Cor de Winkel

 

Daarom moest de bouwgrond vochthoudend gemaakt worden door juiste bemesting, bewerking en afwisseling der verbouwde producten.

Maart 1909 zijn honderden karren mest van de model boerderij “’t Huis ter Aa” (Heveadorp) naar Johanna-Hoeve vervoerd.

Eens in de 5 jaar worden op alle akkers lupine en seradella verbouwd voor de grondverbetering; in augustus zijn de velden dan ook prachtig geel door de bloeiende lupine.

Als hoofdbemesting wordt gebruik gemaakt van kunstmest, zo’n 80 treinwagons per jaar, die werden aangevoerd vanuit het station Wolfheze.

Op 16 juli 1910 schrijft de heer P.H.Burgers, rentmeester van Johannahoeve, in de Oosterbeekse Courant over het gebruik van ossen voor trekkracht het volgende:

‘Een der aanleidingen om tot aankoop van ossen over te gaan was, om in navolging der Nederlandsche Heidemaatschappij, de heide op behoorlijke diepte te kunnen ploegen. Bovendien kwam het mij voor, dat ossen wellicht ook voor ander werk bruikbaar zouden zijn;

maar de Nederlandsche veeslagen zijn totaal onbruikbaar, de Nederlandsche os is in het algemeen een treurige karikatuur, vergeleken bij vele ossen van werkelijke trekveeslagen.

Om deze redenen besloot ik ossen te kopen in den Eiffel in de nabijheid van Trier, waar een veeslag voorkomt, dat voor trekvee buitengewoon goede eigenschappen vertoont.

Door bemiddeling van de Ned. Heide mij. werden uit de omgeving van Bittburg een zestal ossen gekocht. Een jaar later kocht ik zelf op de grote markt in Trier nogmaals een viertal ossen.

Bij goede kwaliteit en goede verzorging zijn trekossen voor veel zwaar werk van onschatbare waarde. De koelbloedige, enorm sterke dieren hebben geen schrik voor een automobiel en kunnen het koudbloed paard op voordelige wijze vervangen.

 

 


Bebouwing:

Direct na de aankoop wordt door architect E. Verschuyl te Hilversum het plan gemaakt voor een modelboerderij; begin maart 1909 krijgt aannemer F.D. Fresen te Arnhem opdracht voor de bouw van deze boerderij met alle bijgebouwen. Ze worden gebouwd in een U-vorm rond een grote binnenplaats. De modelboerderij bestaat uit een boerenwoning met logies voor 20 knechten, een zuivelfabriek, koeienstal voor 84 koeien, magazijnen voor zaaizaad en veevoer. Verder bevinden zich in deze gebouwen een paardenstal, een bakkerij en loodsen voor karren en werktuigen. Bij de bouw van alle stallen werd gebruik gemaakt van de adviezen van het Instituut voor Landbouwwerktuigen en Gebouwen te Wageningen

 

Boerderij Johanna-Hoeve

Afbeelding: Woongedeelte van Johanna-Hoeve gezien in noordelijke richting vanaf de binnenplaats. Recht de waterpomp nog steeds aanwezig, daarnaast de paardenstallen.
(Foto: Collectie Kees Klaver/ Cor de Winkel)

 

Naast de boerderij wordt een directeurswoning gebouwd en aan de Dreijenseweg een woning voor de boekhouder.

Ten zuiden van het huidige Papendal stond  boerderij “de Leemkuil”(1884); de naam ontleent deze boerderij aan een diepe leemkuil, die ten westen van de boerderij lag naast het varkenshok en die in 1935 volgestort is met zand van het talud achter de boerderij “Het Hof”. De “Leemkuil”,de oudste boerderij in dit gebied, is na de oorlog afgebroken. Boerderij “Het Hof” is in 1916 afgebrand en lag toen waarschijnlijk dicht bij de Amsterdamseweg; de verzekering betaalde f. 5065,83 brandschade uit. Later is deze boerderij herbouwd vlak bij het hoofdgebouw.

Ook stond er op het terrein een schaapskooi met een woning en bij de Slenk de energie- en waterleidinggebouwen; de gebouwen bij de Slenk zijn nu in gebruik bij de voetbalvereniging “Vitesse”.  Bij station Wolfheze stonden arbeiderswoningen (Vierslag), een opzichterswoning en een grote schuur (ossenschuur).

Schaapskooi met herder en schapen

Afbeelding: Schaapskooi op Johanna-Hoeve met schaapherder van Buuren. De Schaapskooi stond op de plek van de huidige atletiekbaan op sportcentrum Papendal (foto: Collectie Kees Klaver/Cor de Winkel)

 

In de wintermaanden bestaat het personeel uit ca. 60 personen, nl. een directeur, opzichter, boekhouder, boswachter, een 30tal vaste medewerkers en een 20 knechten die hier voortdurend werk vinden. In de zomermaanden breidt het aantal losse werknemers zich uit tot wel honderdvijftig mensen die op dit landgoed werkzaam zijn.

 

Het personeel

Afbeelding: Personeelsfoto van Johanna-Hoeve, eerste helft twintigste eeuw.(Foto: Collectie kees Klaver/Cor de Winkel)

Om de vaste medewerkers met hun gezinnen aan het bedrijf te binden, ontvangen zij naast een flink loon een vrije woning, en het gebruik van ongeveer 3000 M2 land. Daardoor gaan zij meer voelen voor het bedrijf en kunnen zij geleidelijk tot enige welstand komen.

Er wordt gebruik gemaakt van de nieuwste vindingen op het gebied van machines en werktuigen; zo zijn er een dorsmachine aangedreven door een locomobiel, verschillende zuivel- en voedsel- bereidingswerktuigen aangedreven door elektriciteit. Deze elektriciteit wordt verkregen uit een eigen centrale.

Voor de grondbewerking gebruikt men tal van werktuigen, o.a de mélottenploeg (diepploeg), die voor deze hoge gronden uitstekend geschikt is voor een juiste grondbewerking.

Door de uitgestrektheid van de bouwgronden heeft men hier de nieuwste oogstwerktuigen en een vrachtauto om een aantal paarden te vervangen en te gebruiken voor transport over de harde weg.

In de eigen centrale wordt elektrische stroom opgewekt voor drijfkracht en licht, terwijl daar tevens een installatie is voor een eigen waterleiding. Een werkplaats voor reparatie van werktuigen en hoefbeslag ontbreekt ook niet.

Natuurlijk moest op deze onderneming ook winst gemaakt worden. Daardoor werd gekozen voor diverse soorten vee, die grazen in de weilanden; ook worden vele gewassen verbouwd, gebruikt men het hout uit de bossen voor de verkoop en worden er fruitbomen geplant.

In een eigen melkfabriek werken 8 arbeiders, die er voor zorgen dat er melk, karnemelk en boter  wordt geproduceerd.

Voornamelijk voor eigen behoefte was er een bakkerij, een timmerwerkplaats en een smederij.

De veestapel bestond uit paarden, 84 koeien, kalveren, schapen, varkens, 1000 kippen, ganzen;  zelfs worden er bijen gehouden, er staan een tachtig bijenkasten.

Geen wonder dat deze inrichting op grote schaal veel belangstelling wekt.Tal van nieuwsgierigen, deskundigen en belangstellenden komen voortdurend alles bezichtigen; deze bezichtiging vindt plaats op de donderdagmiddagen van 2-5 uur. In verband met de grote belangstelling moet men wel van tevoren zich aanmelden.


Landgoed Johanna-Hoeve levert:

  • Fokvee van het veredelde roodbont Maas-Rijn-IJsselslag (stamboekvee).
  • Fokvarkens van het veredelde Duitse Landras.
  • Mestvarkens van 300 pond en zwaarder.
  • Schapen en lammeren + de wol.
  • Slachtkippen.
  • Aardappels voor de winteropslag (Duitse bleke rode).
  • Aardappels voor de groothandel (poters van verschillende soorten).
  • Volle rauwe melk in flessen, karnemelk en boter.
  • Eieren in dozen van 12 en kisten van 50 of 100 stuks.
  • Honing in de raat en in flacons.
  • Kleine houtsorteringen (mijnhout, klaverruiters, tabakspijlen enz.).
  • Tafelappels en tafelperen in kisten van 15 kg.
  • Verschillende groenten, tomaten, komkommers, enz.
  • Zaad van haver, seradella, lupinen, enz., enz.

 

De belastbare opbrengst van de Johanna-Hoeve is in 1912/1913  F.140.334,35; toch was het totale verlies op de exploitatie F.11.673,84. Er werd verlies geleden op bonen, gerst, haver, machines, mangelwortels, mestvarkens en tarwe, terwijl er winst werd gemaakt op fokvarkens, koeien en rogge.

 

Eigenvrachtauto

Afbeelding: De Arbenz vrachtauto 3 á 4 ton. (Foto: Collectie Kees Klaver/Cor de Winkel)

 

Op de boerderij speelt het transport van de goederen en de producten een grote rol; de eerste paar jaar wordt met ossen- en paardenkrachten gewerkt, maar al snel komt er een vrachtauto in gebruik, een Arbenz vrachtauto van 3½ á 4 ton. De auto is van een moderne constructie, met een 4 cilinder motor van 30 PK, ketting aandrijving en zelfs voorzien van 3 krachtige remmen, een motorrem, een voetrem en een handrem! Een bijwagen kan er aangekoppeld worden en de maximum snelheid, waarmede gereden kan worden is 22 tot 24 KM per uur.

Voor bestel- en vrachtgoederen wordt gebruik gemaakt van het station Oosterbeek-Laag (H.IJ.S.M.) en van het station Wolfheze (S.S.).

In 1908 is bij station Wolfheze aan de noordzijde een spooraftakking gemaakt, die met een grote boog naar het begin van de Johannahoeveweg liep (Dit veld werd vroeger de put genoemd).

Het losspoor dient voornamelijk voor het lossen en laden van goederen voor de Johanna-Hoeve.

Vee-zendingen worden vanaf station Arnhem aangevoerd en alles wat per schip binnenkomt, komt aan in de haven van Arnhem of voor de wal in Oosterbeek.

Ook is er sprake in 1908 van een elektrische tram; de aanvraag kwam nog van Hellingman’s bouwbedrijf en moest Waldfriede aandoen. Deze lijn is nooit van de grond gekomen.

 

Het terrein is in die tijd ook zeer geschikt voor drijfjachten, op één zaterdag worden er minstens 200 stuks geschoten. In november 1910 wordt er ook een drijfjacht gehouden waar de eigenaar de heer van Mesdag ook bij aanwezig was. Één der jagers lost een schot welke op een steen terechtkomt; met het ongelukkige gevolg dat hagelkorrels terug kaatsten en dat de heer Burgers, rentmeester van Johanna-Hoeve, er een viertal in zijn hoofd en pols kreeg. Dr Breveé werd terstond opgeroepen en verleende eerste hulp.

 

 

In mei 1911 is er een reclameboekje over Johanna-Hoeve uitgegeven waarin men vrij uitgebreid kan lezen wat er allemaal wordt verbouwd, hoe men oogst en wat er verkocht wordt.

 

Reclameboekje Johanna-Hoeve

Foto: Collectie Kees Klaver/Cor de Winkel

 

Wat er nog niet in staat, is een interessante proef, die voor de varkensfokkerij van groot nut  zal kunnen zijn. Een boswachter weet een wild zwijn te bemachtigen, een zeug, die drachtig blijkt te zijn en die kort daarna 12 biggen werpt. Door de directie van Johanna-Hoeve wordt de zeug en een paar biggen aangekocht en het gelukt om  deze zeug weer te dekken met een tamme beer, waarna er weer 11 biggen ter wereld komen. Ze hebben een blanke huid met lichtbruine overlangs strepen, terwijl de moeder geheel zwart is en zwaar behaard. Men gaat met deze varkens verder fokken; vroegere proeven wezen reeds uit dat de gekruiste dieren uitstekend vlees leveren. Niet alleen uit praktisch oogpunt, maar ook van wetenschappelijke zijde verdient deze proef belangstelling.

In 1912 was er een exploitatieverlies van F.11673,84½ er was vooral verlies op bonen, gerst, haver, tarwe,mangelwortels en mestvarkens. Er werd wel winst gemaakt op fokvarkens, koeien en rogge.

In 1914 is het een moeilijke tijden en veel arbeiders worden overal ontslagen. Gelukkig vinden velen weer arbeid op het landgoed Johanna-Hoeve met o.a. het rooien van aardappelen. Men houdt rekening met de omstandigheden, waarin de werkzoekenden verkeren. Het eerst aangesteld worden, zijn zij die een groothuishouden hebben.

Ook ongeregeldheden komen er voor. Zo gaan  in 1916 een honderdtal aardappelrooiers staken, omdat zij het loon per roede te gering vinden. ’s Avonds wordt in het Volkskoffiehuis in Oosterbeek een vergadering gehouden, waar afgesproken wordt, dat er overlegd gaat worden met de directeur van Johanna-Hoeve. Deze krijgt het verzoek om het loon per roede met 3 á 4 cent te verhogen; de directeur willigt het verzoek in, met het gevolg dat het conflict kort daarna wordt opgelost.

In dat zelfde jaar is een arbeiderswoning aan de Amsterdamsenstraatweg, behorende bij Johanna-Hoeve, geheel afgebrand; de verzekering betaald F.5.065,83 als schade bedrag.

 

In het oorlogsjaar 1917 verhuurt de heer van Mesdag aan het rijk der Nederlanden, ca 13,6 ha. grond, gelegen aan de noordzijde van de Duitsekampweg op de hoek van de Wolfhezerweg. Op dit terrein worden in zeer korte tijd 73 barakken gebouwd voor internering van Duitse krijgsgevangenen. Hij verhuurt het voor F.150,00 per jaar voor iedere ha die het gehuurde terrein groot is en voor onbepaalde tijd. Aan het einde van de Wereldoorlog I in 1919 is alles weer afgebroken en verkocht en is het terrein weer in de oude staat hersteld.

 

6. Periode 1922-1943

In 1922 gaat het slechter met het landgoed, waarschijnlijk is de grootschaligheid hiervan de oorzaak. Het totale landbouwterrein wordt verkaveld in diverse percelen bij de bestaande boerderijen, hier kan dan weer geboerd worden door de medewerkers van het bedrijf; zij pachten de grond.

De Boerderijen:

Modelboerderij Amsterdamscheweg 173: als eersten hebben hier veel vaste medewerkers gewoond. Op de begane grond waren 3 keukens en 3 zitkamers, een zuivel verwerking en een laboratorium. Op de bovenetage waren 9 slaapkamers en 3 zolders. In de smederij werkte J. Schuilenburg en in de timmerwinkel  W. Hartgers. De familie H. Hoogendam  kwam er in november 1924 wonen; zij woonden de laatste jaren in De Wijde Blik tot voorjaar 1949. De paters van Mill Hill woonden later in de in de model boerderij.

De Wijde Blik Amsterdamscheweg 179:P.H. Burgers woonde eerst  in deze directeurswoning oost van de modelboerderij, later Westra en Huijsman; wellicht ook Pijpstra.

Het Hof Amsterdamscheweg 169:  hierin woonde O.G. Wiersma en deze verhuisde in 1927  naar de Duitsekampweg 15. Hierna komen E. Ekkens en in 1933 H.v. Manen er te wonen.

De Leemkuil, de oudste boerderij gebouwd in 1884Amsterdamscheweg 167{Johannahoeveweg 20): Zeer waarschijnlijk woonde Jennings de bedrijfsleider er van 1908-1912 er; daarna woonde er J.H. Thomassen een lange tijd en later D. Evers die getrouwd was Dirkje van Maanen. Toen zij na 6 jaar overleed bleef Dirk Evers achter met 4 kinderen maar hertrouwde hij met Hendrika van Maanen, samen kregen zij 5 kinderen dus 9 kinderen om te verzorgen. In december 1962 hebben zij de boerderij verlaten.

Oudste boerderij de Leemkuil

Afbeelding De Leemkuil (Foto: Collectie Kees Klaver/Cor de Winkel)

de Slenk Amsterdamscheweg 181: Hier woonde J.Otten,die werkte in de centrale en later woonde G. Aalbers er, totdat het terrein verkocht werd aan de N.S.F.,

De Schaapskooi: Vanaf het begin woonde er van Buren de schaapherder en ongeveer in het jaar 1919 J. Aalbers die na de verkoop aan N.S.F. is vertrokken.

De Vierslag Wolfhezerweg 94,96,98,100: Reeds in 1889 vinden we de eerste bewoners, die werkzaam waren bij  de Vennootschap”Heideontginning teWolfheze” en bij het onderhoud van de Rijnspoorweg. In de tijd van Johanna-Hoeve woonden hier diverse arbeidersgezinnen o.a. Steenbeek, Hulstein,Esmeier, Eggen, G. Sanders.

In een schrijven van de gemeentearchitect in 1938 komen we het volgende tegen.

G. Sanders ( zie personeelsfoto onderste rij tweede persoon van links) die een houten schuur bewoonde met een woongedeelte van 2m X4m , werd gelast binnen 6 maanden de woning te verlaten. Deze schuur bij de Vierslag werd gebruikt voor gereedschappen, stalling van enkele stuks vee en bewoning; het woongedeelte was verre van zindelijk. Gaart Sanders was de schillenboer in Wolfheze.

Het Hof is in september 1944 in brand geschoten en afgebrand, de Vierslag is met het bombardement in 1944 verwoest en De Leemkuil is in 1962 afgebroken; Het Zwarte Hek is afgebroken door Barenbrug zaadhandel.

 

Enige pacht- en huursommen uit het jaar 1923;

-Thomassen (Leemkuil) pacht voor f.1900,00 p.j.

-P.H. Burgers (Reyerscamp) pacht voor F.3500,00 p.j.

-O. Wiersma pacht voor F.500,00 p.j aan de Duitsekampweg.

-A.van Toor pacht voor F.650,00 p.j. waarschijnlijk de Leren Doedel

-J.Otten pacht voor F.1000,00 p.j.

-J.G.v.d. Craats (moestuin) pacht voor F.300,00 p.j.

-Per woning van de Vierslag betaalde men F.2,50 per week.

-Kröller betaalde F.2600,00 pacht voor het smalspoor dat langs de Duitsekampweg en de                  -Reijerscamp naar de Hoge Veluwe liep.

 

 

 

 


Veiligheid:

Voor het opwekken van elektrische stroom, en het oppompen van water wordt vergunning aangevraagd in 1909. Tevens wordt voor een zuivelfabriek  met elektromotoren en stoomketel vergunning aangevraagd en verleend.

In juli 1925 wordt door de bewoners van Johanna-Hoeve aan de gemeente Arnhem gevraagd om een telefoonaansluiting, omdat de dichtstbijzijnde telefoon zich in het Pompstation der Arnhemsche Waterleiding Maatschappij aan de Amsterdamseweg bevindt,dat 20 minuten gaans ligt van de boerderij. Verder vragen zij enige blusmiddelen, die zij kunnen gebruiken bij begin van brand. De gemeente Arnhem geeft hiervoor toestemming, daar er reeds twee boerderijen aan de Amsterdamseweg  zijn afgebrand.

Een maand later wordt door brandweer Arnhem een blusgroep gevormd op het terrein met als bevelvoerder de heer H. Hoogendam; er wordt bij hem een diensttelefoon geplaatst..

 

Op een dinsdagmiddag in juni 1929 is er bij de Buunderkamp een heideveld van 12ha onder controle afgebrand voor landbouwdoeleinden. Dit betekende voor de Oosterbeekse brandweer een praktische oefening, waarbij een twintig tal brandmeesters en particuliere boswachters aanwezig waren. Allen waren voorzien van schoppen en hiepen, terwijl er tevens voor gezorgd was, dat indien het noodzakelijk mocht blijken , de nodige snelblussers met speciale vulling aanwezig waren.

Ook de noodzakelijke bus met drinkwater was niet vergeten.

 

 

 

Verkopen:

Volgens de Oosterbeekse courant van 18 juni 1932 zal Johanna-Hoeve verkocht worden aan een Jezuitenorde uit Spanje.

Een maand later  blijkt dat het niet door gaat en zijn er onderhandelingen geopend met de Koninklijke Nederlandsche Automobielclub. Deze organisatie wil het totale oppervlak van 750 ha kopen om daar allerlei sportactiviteiten te gaan bedrijven.

Rond het terrein moet een grote autoracebaan worden aangelegd met er binnenin terreinen voor allerlei sportdoeleinden, zoals tennis, voetbal, wielrennen, zwemmen en atletiek.

Aan de buitenkant van de racebaan blijft een bouwterrein van 100 ha beschikbaar voor de bouw van een villapark. Het geheel wordt geraamd op ca F. 1.500.000,-.

O.a. door tegenwerking van bewoners uit de omgeving wordt in begin 1934 besloten om dit project niet door te laten gaan. Terwijl het gemeentebestuur van Renkum en de O.V.V.  het voor de gemeente van groot belang vonden.

In het zelfde jaar 1934 werden op 26 mei zweefvliegdemonstraties gehouden op Johanna-Hoeve, genoemd de Pelikaandag: deze werd gehouden t.b.v. het Nationaal Luchtvaartfonds.

De entree was 0,25 cent, kinderen 0,10 cent en er was muziek op het terrein.

 

In de begin jaren ’40 werden er nog steeds stukken heide en bospercelen ontgonnen tot bouwland een voorbeeld van deze ontginningen zien we terug op de Reijerscamp in 1939 gepacht door C. Noordam.

 


7. Zanen/ Mill Hill/N.S.F.(1942-heden)

 

Zanen:

Rond juli 1943 werd het gehele landgoed verkocht; het grootste gedeelte kwam in het bezit van de Haagse wegenbouwer H. Zanen, ongeveer 740 ha, terwijl het voornaamste gedeelte met de gebouwen en 130 ha grond in het bezit kwam van de missiecongregatie Mill Hill.

Henk Zanen bouwde samen met Dirk Verstoep van 1942 tot 1944 aan de latere A12 (Hazepad), de verbinding van Den Haag naar de Duitse grens. Zijn landbouwgronden verpachte hij aan de zittende boeren aldaar. In de septemberdagen 1944 vonden hier een groot deel van de luchtlandingen plaats, rond de Reijerscamp zijn 161 gliders geland. Bij de modelboerderij is veel voorraad gedropt en een deel van de Polen is daar neergekomen. Heel hard is er gevochten aan de oostzijde van de Johannahoeve, maar ook op het gehele landgoed zijn veel slachtoffers gevallen.

Zanen verkocht eind 1963  93 ha grond van zijn bezit aan de N.S.F. voor het sportcemtrum Papendal; later kocht de N.S.F. nog 29 ha van de Mill-Hill congregatie.

 

 

 

Mill Hill:

In 1942 kwam father Wieschermann in contact met Zanen die bezig was met het aankopen van het landgoed  Johanna-Hoeve. Op 13 augustus 1943 kocht de congregatie 130 ha van de weduwe van Mesdag waarvan ongeveer 17 ha in de gem. Renkum lag. In eerste instantie werd het Nieuw Vrijland genoemd naar het buitengoed Vrijland in Schaarsbergen, dat ze in 1941 aan de Duitsers moesten afstaan. De naam Nieuw Vrijland is nooit echt bekend geworden, daarom sprak men later altijd over Mill Hill. In de septemberdagen van 1944 kregen de gebouwen grote materiele schade, zo werd o.a. de villa Waldfriede in brand geschoten. Direct na de oorlog begon men met de herstelwerkzaamheden; begin 1946 vestigde de zieke oud-rector Wieschermann zich op Johanna-Hoeve met 2 broeders in de smidse en naar een paar maanden verhuisden ze naar het gerestaureerde koetshuis van Waldfrieden. Maart 1948 werd begonnen met de opbouw van Johanna-Hoeve, de graanschuur werd omgebouwd tot woonhuis en op 5 juni werd dit St. Jozef Broederhuis betrokken door 28 broeders en father Jan Mous. De congregatie dreigde eind 1952 te verdwijnen uit Nederland i.v.m. financiele problemen. Men besloot op de Johanna-Hoeve te blijven door Oud-Vrijland te verkopen en de opbrengst te besteden aan een nieuw rusthuis in Oosterbeek, dat 1 mei 1957 betrokken kon worden. In de jaren vijftig werd door de broeders, die woonden in het St. Jozef Broederhuis, veel aandacht besteed aan boerderij en bos; hieruit ontleenden ze hun inkomen. In 1960 was er een veestapel bestaande uit 36 stuks rundvee, 61 varkens en ruim 2500 kippen. Op het terrein van de congregatie is een kerkhofje aangelegd, waar rector Wieschermann als eerste werd begraven.

 

N.S.F.

In 1963 is de N.S.F. begonnnen met het ontwikkelen van het sportcomplex Papendal er werden geasfalteerde wegen aangelegd, o.a. een modern hoofdgebouw met vergader- en  kantooraccommodatie, tevens een groot parkeerterrein. Bouwland en bos werden omgezet in sportvelden. Nadien kwamen er verschillende gebouwen bij voor binnensport en medische begeleiding, ook is er een groot golfterrein aangelegd.

Het gebied heeft op dit moment een grootte van 123 ha.Het bosgebied tussen Sportlaan en Amsterdamseweg is eigendon van het Ministerie van Justitie; er waren eertijds plannen om er een vrouwengevangenis te bouwen.

 


Slot.

Rond 1300 bestond het huidige gebied Johanna-Hoeve vnl. uit bos en heide en in de 15e eeuw wordt een enkele boerderij in het noordoosten van het gebied genoemd. Pas begin 1900 onder Hellingman, maar vooral onder van Mesdag werd het gebied ontgonnen en ontstond er een groot landbouwbedrijf. Door de arme grond en wellicht matig beheer ontstonden er verliezen en werden de gronden verpacht aan de boeren. In latere tijd waren er belangstellenden om het landgoed te kopen, zoals in 1932 een Jezuietenorde en in het zelfde jaar de Koninklijke Nederlandse Automobielclub, maar pas in 1943 kocht wegenbouwer Zanen  het grootste gedeelte van Johanna-Hoeve en kocht de Mill-Hill congregatie een gedeelte in het zuidoosten. In 1963 kocht de N.S.F. weer een gedeelte van Zanen.

Nadien heeft de Gemeente Arnhem gedeelte natuurgebied in hun bezit gekregen en zeer recent gaan de landbouwgronden rond Reijerscamp weer over in natuurgebied beheerd door Natuur Monumenten.

Het geheel verzameld en bijeen gebracht door:    Cor de Winkel en  Kees Klaver

Archieven:

-         Gemeente Archief Renkum.

-         Rijks Archief provincie Gelderland te Arnhem.

-         Rijks Archief provincie Noord Holland te Haarlem.

-         Gemeente Archief Hilversum.

-         Gemeente Archief Amsterdam.

-         Archief  Universiteit Amsterdam (UVA).

 

 

Gebruikte literatuur, kranten, etc.

-         De geschiedenis van de stichting Sint Nicolai Broederschap te Arnhem, V. Pasquai.

-         Van jagers, herders en atleten, Simon v.d.Craats.

-         Mill Hill honderd jaar in Nederland, F.U. Ros.

-         Biologisch onderzoek, inventarisatie 1980, Stuurgroep milieukartering.

-         Landgoed Johanna-Hoeve, uit Buiten 14 september 1912.

-         De Renbaan bij Wolfheze, U.G. Anema.

-         Documentatiecentrum bibliotheek Arnhem.

-         Gids voor Arnhem en Omstreken, Henri Thieme.

-         Arnhemse Courant 15 juli 1893, Heideontginning A.J.C. Kremer.

-         Oosterbeekse Courant en De Neder Veluwe 1903 t/m 1934.

-         Hoog en Laag.

-         Bibliotheek Landbouwuniversiteit Wageningen: 2 boekjes over Johanna Hoeve.

-         Van een groene zoom en een vaal kleed, E.J. Demoed.

-         De kat met de zeven levens, Jeanne Burgers.

-         Werkverslag Reijerscamp1943, Hr. Van Beek.

-         Gemeente Hilversum “Gulden Boek”.

-         Weekblad “Buiten” 6e jaargang 14 sept. 1912.